Vrijheid van meningsuiting 2.0

Vandaag de eerste congresdag NVKF. Nederlandse Vereniging Klinisch Fysici. Heel veel geleerd over techniek en de audiologie. Het thema “Daar zit muziek in” is ons natuurlijk als klinisch fysicus – audioloog op het lijf geschreven.

In de plenaire sessies ging het óók over cybersecurity en de blockchain-technologie.

Hoe apart dan als de dag wordt afgesloten met avondspreker humorspecialist, Michiel Peerenboom, die enkel met data van klinisch fysici gevonden op internet, bijna de gehele avond vult met de ene goeie grap na de andere. Voorzitter Lieke Poot steelt hierbij met haar tweets op een positieve manier de show.

Peerenboom maakt fake news zo fake dat het bijna echt is. Of was het toch echt?! Authentieke digitale informatie over ons, de fysici, de persoon, over ons vak klinische fysica op het web. Ik zie ook tweets en foto’s van collega’s én van mezelf voorbijkomen. Tweets die ik zelf niet meer wist dat ik ze ooit geschreven had.

“Gesproken woorden vergaan, geschreven woorden blijven bestaan”. Een spreuk van mijn pa die lang geleden een drukkerij had, nu krijgt die spreuk wel een geheel andere betekenis. Ze blijven inderdaad bestaan, die woorden die niet vergaan en erger nog, je kunt er dus altijd weer op aangesproken worden ook al is dat moment, die context waarin je het schreef allang voorbij.

Met al dit vandaag gezien, gehoord, besproken is mij één ding duidelijk geworden. De woorden van Minister Kaag op 30 september jongstleden in Amsterdam bij de Abel Herzberglezing 2018: “Wees niet stil, wij zijn met velen”, haar roep om een tegengeluid te durven geven, begrijp ik nu nog beter.

We gaan een tijd tegemoet waar je als persoon, als mens, heel kwetsbaar gaat zijn. Elk woord, foto of like op het digitale web staat er voor eeuwig op. En ooit, dan ben jij het vergeten, maar dan is er een cabaretier die er even van uitgaat dat wat er openbaar staat op het world wide web, ook zonder probleem gebruikt kan en mag worden om er grappen mee uit te halen.

Nu nog grappig, maar waar hier nog gelachen wordt kan het geschrevene straks anders worden uitgelegd.

Daarbij komt dat het schijnt dat hackers je makkelijker weten te vinden. Wat je doet, waar je bent. Even een paar klikken en genoeg informatie online te vinden. Onze avatar, de digitale persoon die mijn naam draagt en ik zelf ook nog wel ben, maar in het echt tot heel anders is, krijgt een eigen bestaan.

Wat mij vanavond opvalt bij ook maar één tweet die ik in mijn onschuld toch nóg schreef over die blockchain en de bitcoin, dat er mensen op reageren zonder een echt profiel. Mensen die een bijnaam hebben die zeker geen zuivere naam kan zijn. Nee, het is anoniem, zonder een link naar een naam of persoon die te traceren is. Veilig. Makkelijker ook om zo een mening te delen. Te schrijven wat je maar denkt. Niemand die je vindt.

Vrijheid van meningsuiting 2.0? Je mag je mening wel uiten op het moment je vrij bent van je eigen naam?

Welkom in de nieuwe wereld. Of is het de oude wereld? Terug in de tijd. De tijd vóór Napoleon, waar mensen nog geen namen hadden, geen adres. Anoniem. Alles kon, alles mocht. Geen grenzen. Wie deed je wat?

“Wees niet stil, wij zijn met velen.”

De stilte doorbreken? Je stem laten horen? Welke stem?

Is die stem nog wel van mij?

Ik ga slapen, morgen vroeg op en mag ik een lezing geven over kunst en tinnitus. Twee werelden waar ik mij zo graag wel in wil verliezen. Waarom?

Het antwoord gaf vandaag een oud-collega, klinisch fysicus, Peter Kraft.

Omdat wij klinisch fysici zijn, natuurkundigen die van mensen houden. Wellicht heeft hij daar een punt. Want oprecht: Ik houd van mensen, met of zonder een echte naam.

Morgen weer een nieuwe dag.

Ferrari World

De Turksche Lira in een vrije val, de financiële markt siddert op haar fundamenten. Net als de Ponte Morandi zou de markt als een kaartenhuisje in elkaar kunnen storten. Voorzorgsmaatregelen geboden? Bezuinigingen op onderhoud bruggen? Handelsoorlogen?

Maar waarom, waarom laat de politiek geld zo veel belangrijker zijn dan het leven om ons heen?

Alles is voor handen, we kunnen de grootste ingenieuze bouwwerken maken, ik zet de TV aan en kijk naar miljardairs die hun droomhuizen laten bouwen en er met waanzinnige constructies en extraorbitante bedragen architectonisch wonderen worden neergezet. Ferrari World Abu Dhabi in de Verenigende Arabische Emiraten spant de kroon, een door de mens ontworpen en daadwerkelijk gerealiseerd gebouw, een bouwwerk dat elke grens van de wetten der natuur en financiële mogelijkheden te boven gaat. Arbeiders in onmenselijke omstandigheden als poppetjes worden ingezet, de opdrachtgever als een koning, nee, als een Romeinse keizer het terrein komt checken en ook nog eens een arrogante houding heeft en een grote mond over details die kant nog wal raken. Maar het moet en zal gemaakt worden, kost wat kost.

Geen enkele empathie of gevoel voor wat daar voor een wonderbaarlijks is ontstaan. Mensenhanden iets mogelijk hebben gemaakt dat het menselijke denkvermogen van velen overstijgt, behalve dat van de architect die het ontworpen heeft. Met grote ogen kunnen we zelfs vandaag de dag vanuit Google earth het rode Ferrari-dak vanuit het heelal zien. Waanzin, Google maps Ferrari World Abu Dhali en aanschouw het wonder vanuit het heelal.

En tegelijk gaan er duizenden mensen dood, omdat er geen geld is ze een dak boven het hoofd te geven. Worden teruggestuurd in boten. Tegelijk zijn er twee van diezelfde kemphanen als die Ferrari baas die al te graag met hun machtspositie en hun ego aan het spelen zijn op het wereldtoneel. Twee heren die zo dom zijn en niet inzien dat met die grootheidswaanzin, een hele wereldbevolking onder angst en verderf leeft, enkel omdat zij zo nodig op hun manier politiek willen bedrijven. Hun namen voor altijd de geschiedenis zullen ingaan als de mannen die met hun enorme drang naar macht net dat verloren hebben waar zij groots in wilde zijn. Als een groot mens die wonderen zou verrichten.

Terwijl dat laatste zo eenvoudig is. Zo makkelijk. Want iedereen zou dat kunnen. Daarvoor is rijkdom in geld niet nodig. Rijkdom. Rijk en dom, dat die woorden überhaupt samen kunnen gaan zegt ook al genoeg. Wat is rijk? Rijk is niet heel veel geld. Rijk is om goed te doen en zo sterk te zijn dat uiteindelijk iets groters ontstaat dan een dak of een groot huis boven je hoofd. Rijk is die persoon die er voor vele anderen heeft kunnen zijn. Rijk is degene die vanuit een goed hart de wereld voor vele anderen een beetje beter heeft kunnen maken.

Een inspiratiebron voor anderen om ook enkel goed te gaan doen. Dat is pas rijk.

Geld speelt dan geen enkele rol meer, die persoon is zo groots en heeft zo veel om te geven. Daar komt geen einde aan. Aretha Franklin, dat ze moge ruste in vrede, respect voor wat zij ons heeft achtergelaten. Een schat aan waardevolle inspiratie, teksten in de muziek, een kunstenaar met woorden. Maar vooral haar kracht om een goed mens te zijn.

Zo veel mensen die zo zouden kunnen geven, maar die power die ze hebben niet op deze manier inzetten en al die rijkdom die ze hebben domweg laten wegvloeien en vergaan. Rijkdom heeft pas zin als het ook wordt ingezet om er wonderen mee te verrichten. Wonderen waar de mensheid ook iets aan heeft. Elon Musk heeft het een beetje in zich, maar zijn grootheidswaanzin staat deze man ook vaker in de weg, dan dat het iets brengt. Op Mars gaan we echt niet kunnen wonen. Ons eigen melkwegstelsel gaat er sowieso ooit er aan. We zullen zelfs verder moeten gaan dan Mars om te overleven. Maar goed het is een begin. Zoals André Kuijpers zo mooi zegt, in de ruimtevaart zijn we net het stadium van baby aan het ontgroeien. We hebben nog net het lopen geleerd. Er is nog zo’n lange weg te gaan. Letterlijk en figuurlijk.

Anderen die geven vanuit rijkdom, Bill Gates. Mark Zuckerberg. Zo veel te geven en vooral de wereld een beetje beter willen maken. Maar dat is echt niet genoeg. En het is nog wereldwijd geen common good. Het zou een manier van leven moeten zijn. Als dit namelijk een collectieve levenswijze zou kunnen zijn, dan zou geld geen probleem meer hoeven te zijn. Zij die dan veel te geven hebben, rijkdom hebben, delen het waardoor ook anderen weer meer te geven zouden hebben en we doelen die de wereld zouden kunnen verbeteren tot uitvoer zouden brengen. We zouden nog veel meer wonderen kunnen brengen, niet enkel architectonisch, maar zeker ook in de medische wereld. Onderzoek zou sneller gaan en meer succes geven. Iedereen gelukkig.

Is talent niet ook uiteindelijk wat ons als mens gegeven is?

De kennis en kunde om er samen hier op deze aardkloot het beste van te maken? Ieder heeft zo zijn eigen talent. Dat maakt ook dat we samen moeten werken. En het talent van iemand anders moeten koesteren, iemands talent moeten gunnen.

Zodat we die rijkdom die we samen hebben kunnen doorgeven aan onze nieuwe generatie, de kinderen die na ons komen en straks zelf volwassen zijn en dat moeten doorgeven om als mens te groeien. Zelfs een zangeres kan wonderen verrichten, anderen kracht geven om moeilijke tijden te doorstaan of een inspiratiebron dus zijn om goed te doen.

Zou het daarmee niet een groter doel kunnen bedienen om als mensheid in dit immense heelal te kunnen overleven?

Miljarden lichtjaren kijken we nu al in de ruimte weg en nergens anders in die oneindige ruimte space is er ook maar een plekje te vinden waar we vergelijkbare omstandigheden hebben als hier op planeet aarde. Deze ini mini tiny place is een groot wonder dat het überhaupt bestaat!

Vraag een astronoom of een of andere natuurkundige hoe bijzonder het is dat wij hier op aarde exact die temperatuur hebben, water, lucht en vuur in balans zijn, dat wij hier kunnen (over)leven. Kunnen leven zonder ook maar enige vorm van hulpmiddelen. Wij kunnen als het ware naakt op deze aardbol rondlopen! Nergens anders in het heelal, NERGENS anders is dat mogelijk. En dat wonder maken wij en vooral die idiote egos als een Trump en Erdogan helemaal kapot. We laten handel en geld, macht en geweld belangrijker zijn dan het grote cadeau dat ons gegeven is, Leven!

De mens zelf is al als een kunstwerk, als je er langer naar kijkt ga je pas de waarde zien die er echt in zit. Pas dan ga je het nog meer kunnen waarderen dat de mens,

het leven, iets wonderbaarlijks is.

Nieuwe werelden ontdekken

Afgelopen week nam ik deel aan de stafdag Adelante, een hele dag intensief vergaderen met een groot deel van alle medisch specialisten Adelante. Als klinisch fysicus – audioloog, sinds enkele jaren met een AGB-code, lid van LAD (Landelijke vereniging voor Artsen in Dienstverband), daarmee een gelijkgesteld beroep aan de medisch specialist in de zorg en daarmee ook lid van de medische staf Adelante.

Hoe mooi ook, omdat ik van mening ben dat er een nieuwe generatie zorgverleners, maar ook zorgstructuur aan het opkomen is, waarbij wij als klinisch fysici een meerwaarde kunnen geven in die complexiteit van de hedendaagse zorg.

Een revolutie in de zorg is gaande. Sowieso al jaren een trend, het holistisch denken. Niet meer enkel inzoomen op één aspect, maar de patiënt bekijken als mens, niet als een machine waar iets in stuk is en gerepareerd moet worden, nee, ook kijken naar wat het medisch ingrijpen met de mens achter de patiënt doet.

Vaak ook de softe kant in de zorg genoemd. De psycho-sociale kant. En laat dat nu net een van mijn passies zijn.

“De mens op zich is als een kunstwerk” heb ik ooit gezegd. Elke persoon is een uniek exemplaar. Bloemen, bomen, watermoleculen, een appel, een banaan, heel veel in de natuur heeft precies dezelfde vorm en eigenschap, maar elk mens is een individu, één persoon op zich, niemand is hetzelfde. Zelfs een ééneiige tweeling geeft een verschil in karakter, in het zijn. En dat, dat maakt ons mens.

Een bijzondere eigenschap is ook dat wij kunnen nadenken over wat er om ons heen gebeurt. Wij zijn het enige wezen dat kan analyseren, beredeneren, wiskundige berekeningen kan maken om dat wat we in de natuur zien gebeuren in wiskundige, natuurkundige en scheikundige formules weten om te zetten. Met alle kennis die we nu hebben, kunnen we berekenen dat als ik die muur uit de achtergevel breek, met dat dak en die constructie erboven, precies die balk met dat gewicht en die vorm op die plek moet komen om al dat wat erboven zit te dragen en het huis veilig kunnen bewonen. Ik zit er nu midden in, een grote verbouwing thuis. 🙂

Maar dat laat mij tevens zien hoe ver wij als mens zijn in wat er allemaal al kan. Wat wij al allemaal kunnen, grote bewondering om te zien met welk een gemak die aannemer kijkt naar al dat wat in de bouw nu al mogelijk is. Maar ook om te zien welk een techniek we vandaag de dag hebben om dat alles tot in detail te berekenen en toe te passen en te maken. Maar met die bewondering waarmee ik naar de aannemer kijk, met diezelfde verwondering kijk ik nu in de zorg.

Het computertijdperk heeft namelijk al die kennis en vaardigheden in een stroomversnelling gebracht en we zijn ons daar vaak niet van bewust. Maar dat bewustwordingsproces begint er langzaam meer en meer te komen. We gaan van het meten is weten, naar wat doen we dan precies? De achterliggende gedachte van wat wil dit alles nu zeggen? Wat kan ik er mee? Het inzicht. Maar dan vanuit vele invalshoeken tegelijk bekeken. Verschillende disciplines die vanuit hun specialisme gaan samenwerken.

En dat is echt iets nieuws. Voorheen was er de dokter die enkel vanuit zijn eigen professie keek en op het moment dat deze dan vanuit zijn vakgebied niet meer verder kon, kwam de dooddoener: “Ik kan niets meer voor u betekenen” of “Sorry, maar daar moet u mee leren leven”.

Wat dat met een mens dan doet is bijna onmenselijk, de gedachte dat niemand jou meer kan helpen is zo pijnlijk, geeft zo een verlies, dat enkel die woorden je nog slechter laten gaan voelen. Terwijl er nog zo veel mogelijk is. Want ons brein is iets fantastisch.

Op dit moment ik hier deze woorden schrijf flits er in een milliseconde door mijn brein een gedachte die mij laat zien hoe geniaal dat brein is. Alleen hoe dan kan ik die gedachte in woorden hier nu op papier krijgen?

Want dat inzicht is dus het nieuwe tijdperk we ingaan. De wereld waarin die complexiteit waarin we leven, mogelijk wordt om te beschrijven, daarmee te weten hoe het werkt, dan te kunnen voorspellen, te reproduceren en als laatste stap het te kunnen toepassen. Zo zijn we al jaren als mens er mee bezig om de wereld om ons heen te beschrijven. Alleen wij als mens doen dat. Boeken worden er geschreven, video’s en documentaires gemaakt, cursussen gegeven, vakgebieden die daardoor ontstaan, dit alles steeds meer en beter.

En tot nog toe was het gericht op vooral specialisatie. Ieder met zijn eigen blik op het probleem. En daar komt de fysica om de hoek kijken, om dat alles vanuit een soort van helicopterview te bekijken, holistisch, vanaf een afstand, dat alles biedt meer mogelijkheden. Net als het kijken naar een schilderij, dan kun je met je neus bijna op het doek details zien of van een afstand het groter geheel welk een compleet nieuw beeld geeft.

Dat specialisme beperkt ons soms te veel in ons kunnen. Het geeft grenzen aan waardoor die specialist dan moet zeggen “Dit is wat ik kan, meer kan ik niet”, maar kijkend over grenzen heen, kan wel die andere collega nog iets betekenen. Een doorverwijzing doet dan wonderen. En dit is iets waar de medisch specialist zich nu steeds meer bewust van wordt. Van ketenzorg naar netwerkzorg. Ketenzorg waarin nog steeds die eilandjes los van elkaar samen werken. Zonder kennis van wat wie nu precies doet. En datgene we niet weten, daar kunnen we ook geen gebruik van maken. Maar die lacune in denken, die worden we ons nu op vele vlakken steeds meer bewust, zodat we die gaten in het systeem kunnen gaan opvullen. Net als een computernetwerk we zorgpakketten aan elkaar gaan koppelen. Steeds beter van elkaar weten wat ieders specialisme doet.

Dat inzicht had ik in een pitch van drie minuten gegoten. Want als klinisch fysicus – audioloog gespecialiseerd in de psychoakoestiek, met mijn passie voor het complexe van dat brein en dat holistisch denken om alles vanuit een groter perspectief te zien, heeft mij dit alles de mogelijkheid gegeven iets nieuws te ontdekken. De kracht die in ons zit op moment we echt samen gaan werken. Elkaar weten te vinden en er dan samen iets moois van kunnen maken.

Niet voor niets werd ik van de 26 pitches tweede met mijn pitch, een van de collega had dit nieuwe inzicht namelijk al een naam gegeven “positieve gezondheid” en daarmee had ze de eerste prijs terecht verdiend. Een project dat nu binnen Adelante schijnbaar al lopende is. Waarbij over grenzen heen gekeken wordt, in elkaars keuken, synergie, weten van elkaar wat iedereen kan. Van patiënt tot specialist. De moderne specialist en de unieke mens als patiënt.

Vanuit de Federatie Medisch Specialisten ligt er al een plan voor 2025. Rekening houdend met al deze nieuwe inzichten, waarin we als mens steeds meer controle krijgen over dat wat er met ons gebeurt.

Het is zo mooi om dat alles te zien gebeuren. Precies als met een kunstwerk dat langzaam ontstaat en steeds meer vorm krijgt, ook zo zie ik dit nu groeien, een structuur zie ik ontstaan die verbindingen legt en daarmee iets wat voorheen onmogelijk was, mogelijk maakt. Wonderen worden er verricht. Waar we eerst dachten onze grenzen te hebben bereikt, stappen we over grenzen heen en ontdekken we nieuwe werelden.

Als fysicus denk ik dan de essentie van ons bestaan als mens.

Jheronimus Bosch – Tuinen der lusten

Mijn lezing “Art meets Science: tinnitus besproken vanuit een brug tussen kunst en wetenschap” begint bij “ De Tuin der Lusten” van Jerhonimus Bosch, die in de 15de eeuw leefde in ‘s-Hertogenbosch, geboren circa 1450, circa want van het begin van zijn leven is maar weinig bekend, zelfs zijn overlijden is niet exact bekend, wel dat Bosch begraven is op 9 augustus 1516.

“De Tuin der Lusten” een prachtig drieluik over het leven, de lusten in het leven en tevens de vergankelijkheid van het leven.

In het linker paneel het begin, Adam en Eva, het paradijs, midden paneel, het leven, de aarde, het feest, rechter paneel, de hel, alle ellende, vergankelijkheid, dood en verderf.

In dit rechter paneel is een oor te zien, twee oren doorboort met een zwaard en een pijl, pijn. Ook Bosch had op het laatst van zijn leven ernstige gehoorproblemen, dat is bekend. Misschien dat daarom niet voor niets de man die dicht bij het tafereel van het oor te vinden is, een zelfportret is? Bosch leefde in de 15de eeuw, zo weinig bekend van zijn eigen leven, vandaar dat we het nooit zullen weten.

Nu was ik bij toeval ook nog bezig met een voorbereiding voor een andere lezing voor AuDidact, een jaarlijks congres voor alle audiciens in Nederland. De titel van de lezing die ik daar ga geven; Psychoakoestiek, hoe gaat iemand om met geluid? De complexiteit van ons brein. Om dit duidelijk te maken maak ik gebruik van optische illusies en zo maak ik een bruggetje naar akoestische illusies, hier een samenvatting van die lezing.

Maar nu kwam ik vandaag bij puur toeval het volgende tegen. M.C. Escher, de kunstenaar die wiskundige figuren en natuurkundige aspecten gebruikte als inspiratie voor zijn kunstwerken. Een kunstenaar met een zeer eigen stijl en die nog nooit een andere kunstenaar had gereproduceerd in zijn werk, behalve één! Jeroen Bosch. En dan precies ook dat deel uit “De Tuinen der Lusten” wat ik er uit hebt gepakt om het oor te laten zien. Maar door dit kunstwerk van Escher zie ik ook echt nu pas de “Boommens” in het kunstwerk van Bosch. Met daarbij het hoofd van de kunstenaar zelf als zelfportret, meerdere kunsthistorici die hierover geschreven hebben. Sterker nog, nu past nog meer mijn hypothese dat het oor met het zwaard en de pijlen een verwijzing zijn naar tinnitus, wel of niet bij Bosch zelf aanwezig.

Hier een link naar het werk van Escher.

Een verklaring die Escher zelf min of meer geeft is dat in deze periode van zijn leven, wonende in Zwitserland, hij en zijn vrouw nogal depressief werden door de witte sneeuw en koude in dat land. Zij waren met het hele gezin verhuisd van Italië naar Zwitserland. Zijn inspiratiebron was weggevallen. De repeterende figuren in Italiaanse potten. Bloempotten en pannen uit de méditerranée waren er niet meer. Nu was het enkel veel wit van de sneeuw.

En jaren daarvoor had Escher een expositie van Bosch gezien, met vooral De Tuinen der Lusten nog in herinnering. Maar waarom dan specifiek dat deel van het doek? Waarom aandacht voor ook dat oor? Bijzonder. Zou Escher ook tinnitus hebben gehad?

Ga ik een andere keer onderzoeken, nu eerst de volgende kunstenaar die ik op mijn lijstje had staan, Fransico de Goya.

Wordt vervolgd.

Kunst en tinnitus

Begin dit jaar werd ik gevraagd om een lezing te geven op de studiedag tinnitus bij de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën, VGCt, 15 juni aanstaande. De vraag was of ik een boeiende lezing zou kunnen geven, die vooral ook nog op het eind van de dag de interesse zou kunnen prikkelen van de aanwezigen.

Ooit geleerd van een TED-talk dat een boeiende lezing op vier elementen rust. Deze vier elementen vormen samen het woord HAIL:

Honesty, be clear and straight

Authenticity, be yourself

Integrity, be your word

and last but not least

Love, wish them well.

Al deze elementen in één lezing? Dan kom ik al gauw uit op een lezing over kunst gerelateerd aan tinnitus.

Kijken naar kunst is zo iets boeiends, zeker als je op details let. En ik wist uit al die jaren dat we in ons centrum onze tinnitus informatiebijeenkomst geven, dat er net ook heel veel kunstenaars zijn die een groot deel van hun leven getergd werden door gehoorklachten en met name doofheid en tinnitus. Vincent van Gogh en Ludwig von Beethoven, zij zijn hierbij het meest bekend, ook bij het grote publiek.

Naast de verwondering voor kunst heb ik mijn grootste passie gevonden in de audiologische zorg. Elke werkdag geeft zo’n voldoening om met alle kennis over het gehoor en tinnitus er te mogen en kunnen zijn voor mensen met ernstige tinnitusklachten en/of gerelateerde gehoorklachten, te denken aan misophonia, hyperacusis, Ménière, Laag Frequent Geluid.

Audiologie is zo’n mooi en boeiend vakgebied, waarin nog zoveel onbekend is en waar met steeds nieuwe inzichten mensen echt te helpen zijn. Dankbaar zijn dan ook de patiënten als je ze op het spreekuur kunt duidelijk maken wat wij vanuit ons tinnitusteam voor hun kunnen betekenen, die dankbaarheid, dat vertrouwen in ons, dat is een groot recht. Elke werkdag weer ervaren we dat in ons team.

Gehoor is in de basis de essentie van ons mens zijn.

“Nicht sehen trennt die Menschen von Dingen. Nicht hören trennt die Menschen von Menschen.” Immanuel Kant.

Dat wij met elkaar kunnen praten maakt dat we mens zijn. In woorden kunnen vertellen wat er speelt, hoe mooi iets is. Schrijven is ook al een mogelijkheid van communicatie. De woorden die je nu hier leest, maakt dat ik je kan vertellen wat ik zie, wat ik voel, wat ik beleef, hoe ik de wereld zie. De woorden “klinken” in jouw gedachte.

Maar het gesproken woord is veel krachtiger. Emotie komt er dan nog bij, intonatie, klankkleur, stiltes. Zelfs die stiltes kunnen een enorme power hebben.

Met woorden kun je kunst beschrijven, zonder woorden zou kunst niet bestaan. Enkel door erover te spreken, te weten wat er achter het kunstwerk zit, pas dan kan vaak de echte waarde van kunst worden geschat.

Kunst op zich is iets heel bijzonders, kunst maken, kunst kijken, de kunstwereld, ook daar ligt zeker mijn hart.

Beide werelden, zowel de audiologie, als ook de kunst, staan voor een groot deel op het fundament van de psychologie. De psychologie van de mens, gedachten, emotie, gedrag. Het leven.

De psychologie in de kunstwereld, waarin de waarde van kunst enkel iets menselijks is. De geschiedenis, de verhalen, die het kunstwerk kunnen maken tot vrijwel onbetaalbare kunst. De materiaalwaarde bijna nul kan zijn, maar er bij een gerenommeerd veilinghuis miljoenen voor worden betaald, kunst.

En de audiologie, met alles wat ons mens maakt. Elkaar horen, maar vooral aanhoren. Een luisterend oor zijn kan van onschatbare waarde zijn.

Honesty, authencity, integrity and love.

Mat al deze elementen van HAIL in zicht begon ik al vrij vroeg dit jaar met het verzamelen van allerlei informatie over schilderijen, kunstenaars, muziekstukken en componisten. Kunstwerken die ons iets zeggen over het leven van de kunstenaar zelf. Maar dan met name de periode en de impact die gehoorverlies en tinnitus had op het leven van de kunstenaar.

De meest interessante heb ik er uit gehaald en ga ik deze lezing verder vorm geven.

Maar er zitten hier zo veel boeiende nieuwe inzichten in en zaken die ik ontdekt heb, die ik graag met jullie hier wil gaan delen.

Wordt vervolgd.

Jheronimus Bosch – Tuinen der lusten

Vincent van Gogh

Ik had al grote waardering voor Vincent Van Gogh, na het bezoek vandaag aan het Van Gogh Museum is dit enkel maar toegenomen.

Om zo dicht bij te mogen komen, geweldig! Wat een prachtig museum. Wat een prachtig mens.

Niet voor niets dat om 9 uur meters lange rijen bezoekers al te wachten staan en je enkel in jouw tijdslot naar binnen mag. Ik was een uur te vroeg en moest wel nog op mijn tijd wachten. Eenmaal binnen begrijp je waarom. Het is een enorm groot gebouw, maar het is er al zo vroeg waanzinnig druk. Alsof het de drie dolle dagen Bijenkorf zijn.

Ik had gelukkig inclusief audiotour. En daar ging ik. Eerst oog in oog met de meester zelf. Want Vincent is mister Selfie van zijn tijd. Niet omdat hij dat deed om er geld mee te verdienen, maar net omdat hij geen geld had om modellen te betalen. Daarom zijn ook al zijn portretten vanuit een spiegel getekend. Dus hij heeft zijn beeld getekend zoals hij het ziet. Als we onszelf zien, in de spiegel, zien wij ons anders dan anderen. Daarom ook is het beeld verdraaid als je een selfie maakt, want anders zou je dat raar vinden. Sowieso moeilijker om dan qua motoriek ook een selfie te maken, maar goed. Vincent schilderde dus heel vaak zichzelf als studiemateriaal.

“Ze zeggen dat het moeilijk is jezelf te kennen, maar het is evenmin eenvoudig jezelf te schilderen.”

Vincent van Gogh aan zijn broer Theo, 1886.

En als je bij deze quote “schilderen” niet letterlijk neemt maar figuurlijk, dan wordt het een wel heel diepgaande wijsheid.

Zijn zelfportretten. Stuk voor stuk de armoede in zijn ogen te zien. Maar zo’n passie voor het schilderen, de kunst. De kunstenaar die je dan recht in de ogen kijkt. Mijn hart weent op het moment ik zie hoeveel zijn kunstwerken nu opbrengen en hoeveel mensen het museum bezoeken. Per dag gemiddeld 5000! Dat zijn ongeveer het aantal patiënten wij in ons centrum per jaar zien. En al de merchandise die rondom het museum te koop is. Zelfs een hoek waarin zeer exclusieve kopieën van de meest bekende schilderijen te koop zijn. Een zeer speciale methode in samenwerking met ik dacht Fuji. Bijna niet meer van het origineel te onderscheiden. Omdat de kopie driedimensionaal is. Dus je ziet exact de streken van de schilderskwast. Ik zag zelfs dat de barsten van de tijd in de verf erin terug te zien waren. Persoonlijk vond ik de kleur iets doffer, doods, kitscherig. Maar erger vind ik dus het uitmelken van de creativiteit van deze kunstenaar. Overigens niet alleen van deze kunstenaar, breek me de bek niet open. Hier kan ik een boek over schrijven, ga ik later beslist ooit nog doen.

Één groot werk heeft Vincent verkocht. Voor ongeveer duizend euro. Daarom doet het vooral veel verdriet, omdat ik in de ogen van Van Gogh die overlevingsdrang zie als kunstenaar. Hoe moest hij rondkomen met dat geringe geld hij had. En kosten liepen enkel op. In een van zijn laatste brieven, 820 briefwisselingen zijn er van Vincent, bewaard en gebundeld door zijn schoonzus en nu ook via het museum op internet stuk voor stuk te lezen, in een van die laatste dus een hele uiteenzetting van gemaakte kosten naar zijn broer. Theo, zijn jongere broer, ondersteunde Vincent financieel. En in die laatste jaren wordt het Vincent duidelijk dat Theo een gezin moet gaan onderhouden, getrouwd en uitbreiding van het gezin op komst. Die brief aan Theo is een verantwoording voor alle kosten die hij maakt en hoe moeilijk hij het heeft.

Die druk, dat vechten, de onzekerheid en daarnaast zijn intense liefde voor de natuur, voor de mens, de gewone mens. De Aardappeleters en al zijn schilderijen van vrienden en mensen die hem er echt toe doen. Zijn arts die hem helpt in de nacht dat hij het oor afsnijdt schenkt hij een portret. Het cadeau wordt echter niet gewaardeerd. Dat raakt Vincent enorm. Net als de kritische noten die collegae kunstenaars geven op voor Vincent zelf zijn eerste grote werk “De Aardappeleters”. Vele studies en tekeningen gingen vooraf aan dit eerste echte grote schilderij. Vandaag mocht ik het werk met mijn eigen ogen zien. Voor die tijd was Van Gogh een genie. Dat blijkt maar weer.

Naast De Aardappeleters hangt in het museum een vergelijkbaar boerentafereel. Een gezin etend aan tafel, dat in dezelfde periode door collega kunstenaar Jozef Israël is geschilderd. Prachtig werk, alle details zijn heel goed te zien. Mij viel meteen die glinstering in de eetlepel van het kind links op de voorgrond op. Een zo klein detail met wel een hele grote waarde om het allemaal heel echt te laten lijken. De sfeer op het doek is zo goed neergezet, dat als je er langer naar blijft kijken je in de ruimte waant. Dus ja, voor die tijd, wetende dat er nog geen fotografie bestond, film of bioscoop al helemaal niet, een kunststuk. Voor toen zo bijzonder als virtual reality nu. Maar Van Gogh was die tijd al lang voorbij, hij bracht ook de ziel in zijn werk. Details had hij zeker oog voor, maar hij ging toen al voor meer.

Dat hij oog had voor detail blijkt mij nu het meest uit de periode dat hij in zijn laatste jaar door ziekte niet meer naar buiten kon, binnen in de kliniek moest blijven en prenten van een collega schilder ging gebruiken als voorbeeld. Hij schilderde ze groter, in kleur, maar dan ook alles precies nageteld. Zoals het aantal balen stro en traptreden.

En in een aantal van zijn werken ook vele details die ik gemist zou hebben zonder de audiotour. Insecten op blaadjes in het groen en van dichtbij dan in detail weergegeven. Of het derde verliefd koppeltje in “Tuin met geliefden” uit 1887. Dat derde verliefde koppeltje had ik eerst niet gezien, pas toen ik er alert op werd gemaakt zag ik ze in de verte. Daarin zag ik de lol die hij als kunstenaar had. Maakte me blij.

Maar ook zijn experimenteren met kleuren. In ditzelfde prachtige werk “Tuin met geliefden” zijn van ver de minuscule verfstreken niet te herkennen. Van dichtbij is het een prachtig spel van de complementaire kleuren die Van Gogh gebruikt heeft. Hij had meerdere boeken van Delacroix. Een genie op het gebied van kleurcomposities. Daar speelde Van Gogh dan ook de hele tijd mee, met die kennis van kleur.

Met steeds grotere en dikkere halen met zijn kwast. Heel herkenbaar in zijn laatste werken. Hoe mooi om die dan ook allemaal naast elkaar te mogen zien. Aandoenlijk als ik me realiseer dat zijn einde dan nabij is. Ook hij weet dat bij het schilderen.

Delen met de wereld wil hij het, doorgeven, anderen zijn ogen te geven, de mooie natuur te laten zien, deze wereld, het paradijs waarin wij ons mogen begeven.

Ik werd geraakt door zijn drieluik, perzikbloesem, amandelbloesem en ik dacht de appelbloesem. Als een bezetene heeft hij die werken gemaakt, omdat Van Gogh wist dat de bloesemtijd maar van korte duur zou zijn.

En dan, het allermooiste werk van deze genius, Amandelbloesem, ter gelegenheid van de geboorte van zijn neefje, zoon van Theo. Theo, die de liefde voor zijn broer niet enkel in geld wist te geven, maar ook in de naam van zijn zoon, Vincent.

De kunstenaar Vincent van Gogh overlijdt ten gevolge van zijn verwondingen in zijn borst. Een zelfmoordpoging, zo lijkt, die twee dagen later toch zijn tol eist. Beide broers werden niet oud, een half jaar na het overlijden van Vincent sterft ook Theo.

De jonge Vincent, de zoon van Theo, ook ingenieur Van Gogh genoemd, heeft later het Van Gogh museum opgericht en laten bouwen. Architectuur, wie anders, Gerrit Rietveld, strakke lijnen, mooie architectuur, ook modern voor zijn tijd en gelukkig Rietveld werd wel herkend in zijn werk.

Met gemengde gevoelens ging ik na vijf volle uren Van Gogh dichtbij te hebben mogen zien het Museumplein op. Even liggen op het grasveldje voor het Concertgebouw. Waar ook verliefde stelletjes liggen in het gras, opa’s en oma’s met kleinkinderen spelen. Chinezen, Duitsers, Amerikanen, alle kleuren aanwezig zijn.

“Er is niets artistiekers dan van mensen te houden”. Vincent van Gogh

Horen is meer dan enkel oren

Gisteren een voorbespreking gehad met Dorothé van den Aker, projectmanager AuDidact.

26 en 28 mei is het zo ver. Het jaarlijkse audiciencongres in het Spant in Bussum. Bijna duizend audiciens die verspreid over twee dagen een hele dag een boeiend programma krijgen voorgeschoteld.

Het programma is al helemaal rond. En ik sta in het programma naast een zeer getalenteerd spreker Jan van Setten. Ik verheug me enorm op zijn lezing waarvan ik weet dat deze hoe ook inspirerend en leerzaam gaat zijn.

Maar aan mij ook de eer om de congresdag te mogen openen met een gesproken column. Dankzij mijn blog was het organiserend committee op het idee gekomen om mij te vragen de congresdag te openen. Het publiek meteen mee te gaan krijgen.

De titel van het congres is “In en tussen de oren”. Mijn column “Horen is meer dan enkel de oren”.

Audiologie is zo’n een mooi vak. De passie die ik heb in dit vak wil ik gaan delen met mijn collega’s. Als audioloog in een van het grootste audiologische centrum van Nederland wil ik zo graag die zorg voor slechthorenden verbeteren. De samenwerking tussen al die disciplines, huisarts, KNO-arts, audicien, audioloog, maatschappelijk werker, psycholoog en veel meer, is zo belangrijk voor een succesvolle hoorrevalidatie. Ieder zijn eigen specialisme kunnen inzetten in dat bijzonder mooi vak, audiologie. Vanuit ons centrum besteden we heel veel aandacht om die samenwerking in het netwerk continu te verbeteren.

Het hoofdthema van het congres is de Real Ear Measurement, de REM-meting. Tot in detail kunnen meten en weten wat een hoortoestel doet. Meten is weten zou voor mij als fysicus als muziek in de oren moeten klinken. Maar al vanaf het prille begin van mijn opleiding tot klinisch fysicus – audioloog werd ik geraakt door iets anders, de kunst van het horen.

Geniaal hoe dat oor werkt. Die kleine gehoorbeentjes, de kleinste botjes van het menselijke lichaam, bijna een speldenkop zo groot, beter gezegd zo klein. Die duizenden haarcellen in dat slakkenhuis, de cochlea, met in het midden het eigenlijke gehoororgaan, het orgaan van Corti. De binnenste en buitenste haarcellen. De ionenstromen, de kanaaltjes, al deze informatiestromen die uiteindelijk dan samenkomen in het brein.

Maar wat doet dat brein van ons met al die prikkels aan geluid welke wij de hele dag binnen krijgen. Dat was voor mij nog fascinerender om daar bij stil te staan.

Zo heb ik mij dan ook als audioloog gespecialiseerd in de psycho-akoestiek. Wat doet iemand met geluid. Hoe werkt dat oorsysteem in ons brein? Hoe horen wij?

In mijn opleiding natuurkunde in Duitsland had ik al in detail alles geleerd over Decibel en Hertz, die Kunst des Wahrnemens, de basis voor de fysica. Kijken en onderzoeken. Maar pas in de kliniek, in de audiologie, werd ik gefascineerd door ons oor, het oorsysteem. Ik wist van de Fouriertransformatie. De mogelijkheid om van een brei aan geluiden, al die individuele frequenties er uit te kunnen filteren. Ingenieus om te zien dat al die trillingen door dat minuscule slakkenhuisje uiteindelijk in het brein kunnen worden omgezet in iets waar we een betekenis aan kunnen geven.

Op het moment ik dit nu schrijf hoor ik dat het buiten regent, de druppels op de bladeren in de bomen vallen, ik hoor in de verte een auto rijden, ik hoor vogeltjes fluiten, een duif, een pimpelmees, een mus, ik hoor mijn eigen ademhaling, het tikken van mijn vingers op het scherm. Al die geluiden komen tegelijk binnen en ik kan precies horen waar ze vandaan komen, maar ook interpreteren waar de geluiden aan verbonden zijn, een voorstelling maken van die druppels, de vogels, die autobanden op de weg.

Horen is meer dan enkel oren. Wat er daarna in ons brein gebeurt is geniaal. Onbegrijpelijk, maar toch ga ik het proberen, om al die audiciens in Nederland mee te nemen in die complexiteit van dat brein. Om van daaruit zelfs handvatten te vinden voor alledaagse problemen bij het horen, waarvan we ons tot nog toe weinig bewust zijn. Maar net door er bewust van te worden, gaan we mogelijkheden zien om betere oorzorg te kunnen leveren. Horen is namelijk meer dan enkel oren.

Wat een mooi vak, de audiologie.

Delen mag! 😉

In de hoop dat een mens gewoon mens mag zijn

Vandaag in het nieuws Wilders’ actie om nu af te wachten wat er uitkomt op de aangiften die zijn ingediend tegen Pechthold.

Zo gemeen en kinderachtig om te gaan afwachten en te kijken of de uitspraken van Pechthold ook juridisch onder discriminatie zouden vallen, om zo je eigen straf te ontlopen.

Maar er is wel één belangrijk verschil, Pechthold zet niet aan tot haat. De uitspraak van Wilders was: “Wat willen jullie? Minder Marokkanen? Dan gaan we daar voor zorgen!”.

Het is al weer zo lang geleden, het is ronduit belachelijk dat Wilders hier nog steeds mee wegkomt als politicus. De impact die zijn woorden hebben is met geen pen te beschrijven. Wat het met je doet, als iemand met gezag, die namens een groot deel van de bevolking behoort te opereren, dit soort uitspraken doet.

Ik schreef er toen al een blog over om te laten zien hoeveel die woorden van Wilders diep van binnen je kunnen raken. Je hart bijna doet breken als je je bedenkt wat zijn woorden betekenen. Welk doel deze woorden voor ogen hebben en daarmee een gevaar zijn voor de samenleving.

Wie is nu een gevaar voor wie?!

Blog 2016: “Alsjeblief, zeg nog eens geodriehoek!”

2018 hebben we nu. AZC’s die gaan sluiten. De negatieve interpretatie die de grote massa heeft bij het zien van een hoofddoek of het horen van de naam Allah.

Langzaam maar zeker krijgt die blonde rakker het dan toch maar voor elkaar. Subtiele veranderingen in het collectieve gevoel mensen hebben bij al die voor hun zo onbekende mensen en gewoonten.

Ik heb er al vaak over geschreven en ik zal het blijven doen ook. Niet enkel voor mijn eigen gezin, maar ook voor al die mensen, de vluchtelingen die ik mocht zien in mijn spreekuur. Zij die de pech hadden in het verkeerde land geboren te zijn. Alles op orde hadden voor hun gezin en familie, maar waarbij bommen en kogels dicht bij huis er dan toch uiteindelijk voor zorgden dat er maar één uitweg mogelijk was, de vlucht naar het buitenland.

Een van de verhalen.

Het buitenland zij “wonen” en waar dan nu in plaats van bommen woorden een bedreiging vormen. Een land waar ze sowieso zich al niet thuis kunnen voelen want niemand spreekt hun taal. Niet enkel als gesproken taal, maar ook in vorm van het zicht op het leven, de normen en waarden die zij hebben.

Vanuit hun perspectief kan ik me heel goed voorstellen dat zij vrijwel zeker weten dat de grote massa de essentie van het echte leven volledig verloren is. Kijkend naar TV, naar wat wordt neergezet als de norm en het doel van het leven. Een wereldleider als Trump dit alles nog eens beaamt door te laten zien dat deze manier van leven zelfs gewoon succesvol kan zijn. Getolereerd wordt in de huidige maatschappij. Macht, geld, platte sex en vooral materialisme, egoïsme en narcisme de eigenschappen zijn die zegevieren.

Om dan nog vast te blijven houden aan een sterk geloof waarin al dit ten stelligste wordt afgekeurd, een geloof waarin mooie handvatten gegeven worden om een samenleving te creëren waar leven respectvol benaderd wordt.

Islam, christendom, protestantisme, boeddhisme, hindoeïsme, het maakt niet uit, vanuit elk geloof worden hoekstenen gelegd, fundamenten voor een respectvol, liefdevol, eervol en waardevol bestaan. Een samenleving waarin rangen, standen, maar vooral ook rassen er niet toe doen. Geen verschil mogen en kunnen maken in hoe we met elkaar omgaan.

Zij ervaren elke dag hoe mooi het leven kan zijn, zelfs nu in het vreemde land en met je hele gezin op een klein kamertje in een opvangcentrum. En dat kleine geluk word je dan ook nog eens langzaam ontnomen door woorden van politici?

Opnieuw laat ik hier van me horen, in de hoop dat het tij nog te keren is. Dat liefde voor elkaar, de liefde voor mensen mag overwinnen.

In de hoop dat een mens gewoon mens mag zijn.

De wereld verbeteren?

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar de laatste tijd zie ik enkel ellende om mij heen als ik de krant open sla, het nieuws kijk, 1Vandaag of De Wereld Draait Door.

Trump en Kim Jong Oen, ik ga die naam bewust nooit goed schrijven, die twee idioten, die over ruggen van de hele wereldbevolking hun ego’s proberen hoog te houden.

Een genocide in Myanmar die zich onder ogen van diezelfde wereldbevolking voltrekt en er schijnbaar niets mogelijk is om die arme mensen daar te helpen. Nu zelfs op grote schaal sporen vakkundig worden gewist om eventuele onafhankelijke partijen geen enkel bewijs te laten vinden van het schenden van mensenrechten op politiek niveau.

Israël en Palestina waar je op wereldniveau een strijd ziet die zo onmenselijk is en op momenten zo kinderachtig dat je je sterk afvraagt waar gaat dit in vredesnaam nog over. Mensen elektrische stroom ontnemen? Mensen gewoon treiteren alsof het een kleuterschool is om ze letterlijk en figuurlijk uit de tent te lokken.

Elke dag weer komt er wel zo’n bericht via media tot ons.

Terwijl dicht bij huis, familie en vrienden om je heen, iedereen met afschuw reageert op weer een schandaal rond Trump. Dat vrienden die vroeger regelmatig Palestina bezochten, geen enkele strijd zien tussen een Israëliër en een Palestijn. Sterker nog, beide groeperingen kunnen heel goed samenwerken. Als vrienden door het leven gaan en elkaar waar nodig is helpen.

Dicht bij huis is er wel vrede, dicht bij huis houden we ons wel aan alle regels en denken we aan anderen.

Deze week sprak ik met Kim Noach, een jonge journaliste bij De Limburger. Zij was gevraagd het draaiboek te organiseren voor een boekenpresentatie en tevens gastvrouw te zijn voor deze avond. Ook hier weer compassie, medeleven en er voor elkaar willen zijn in die wereld om ons heen. Het respect en interesse zij had in het verhaal van Saskia Boer was hartverwarmend. Saskia Boer, de schrijfster van het boek “Mam hoort weer!”. Het verhaal van een jonge moeder die langzaam doof wordt. De impact op het leven van de moeder, maar ook mensen om haar heen. Ik zag de compassie, het empatisch vermogen bij Kim om zich volledig te verplaatsen in het leven van Saskia. Zij gaf Saskia ook een mooi podium om haar verhaal te vertellen.

Tussen de bedrijven door sprak ik met Kim hierover, de negativiteit in het nieuws en de aandacht in de media voor enkel het slechte in de wereld.

Besmetten we elkaar net niet meer met het negatieve om ons heen, op het moment we blijven focussen op al dat negatieve? Gaan we niet dan ook Trumpiaans denken, omdat die houding, dat denken enkel een gewin lijkt te geven? “Teflon Trump” wordt die gek nu al genoemd. Geen enkele president zou namelijk nog aan de macht zijn, met ook maar een fractie aan schandalen waar Trump steeds mee weg komt. Tja, als de president zich al niet aan regels hoeft te houden, waarom ik dan?

Wat kunnen wij daar aan veranderen? Welke macht hebben wij om invloed te hebben op wat er in de wereld om ons heen gebeurt?Machteloos voel ik me als ik er naar kijk.

Ik vraag me dan toch steeds maar weer af, waar is er een mogelijkheid zodat ik toch hierin iets kan betekenen?

En toen zag ik het, deze week in het gesprek met Kim. De kracht zit hem namelijk enkel en alleen in het blijven focussen op het goede. Het goede voorbeeld blijven geven aan onze kinderen, de volgende generatie. Een inspiratiebron zijn voor anderen. Zelfs met de kleinst mogelijke gebaren.

Door er te zijn voor anderen, enkel met goede bedoelingen elkaar helpen, helpen zonder een tegenverwachting, het hoeft niet op die balans, het is ook fijn om er gewoon voor een ander te zijn, zonder iets terug te verwachten.

Maar het begint heel eenvoudig al met elkaar een goeie dag te wensen als je elkaar tegenkomt. Gewoon even een vriendelijke lach en een hallo, kan al heel veel betekenen.

Gelukkig zie ik dat ook in mijn eigen wereld, dichtbij om me heen steeds meer. Onvoorwaardelijke liefde voor de mensen om je heen. Gewoon vanuit een goed hart, goed doen.

Een inspiratiebron zijn voor iemand anders. Al is dat er maar één, één is er al meer dan géén.

Die goedheid gaat zo in kracht winnen en als voorbeeld zijn, zodat het gedrag van een Trump, een Kim Jong Oen, maar ook het gedrag van al die rotte appels bij een Oxfam Novib, Rode Kruis of welke instantie ook, dat zij die het verprutsen voor al die anderen, geen enkele kans krijgen om er ook maar even aan te denken om slecht te doen. Alles zal in het teken staan om wereldvrede te bereiken, want dat is voor iedereen het hoogste doel.

Enkel een handeling of besluit dat bruggen bouwt en verbindt wordt geaccepteerd. Al het andere dat ook maar iemand in een hokje stopt of een onderscheid maakt in ras, geloof, rang of stand wordt van tafel geveegd. Is not done! Kan gewoon niet meer anno 2018.

Als we laten zien dat samenwerken met verschillende nationaliteiten en religies wel kan, als we zij die hulp nodig hebben vanuit een respectvolle manier kunnen helpen. Er voor iemand kunnen zijn, die ons zelfs op voorhand al niets kan gaan teruggeven. Als we ons verdiepen in iemands andere kijk op het leven, zonder een oordeel te geven. Dan kan die wereld toch echt wel anders zijn.

En het mooie is, dit alles gebeurt elke dag al gewoon om ons heen! Ik zie het bijna voortdurend als ik er op let. Het zit ook al standaard in ons. Wij mensen willen helpen, willen er zijn voor elkaar. We zijn sociaal en willen net samen zijn met elkaar. Lol hebben. Gezellig samen zijn. Een vanzelfsprekendheid. Dat geeft net de jus in het leven en een heel fijn gevoel.

Voor de meeste van ons ook zo vanzelfsprekend dat we het bijna niet meer zien. En ik ben er van overtuigd dat als we met zijn allen weer meer zouden gaan focussen op het goede om ons heen. Dan kan de wereld enkel beter gaan zijn.

La Sagrada Familia en het Glaspaleis

Ter voorbereiding van een boekpresentatie was ik vandaag in het Glaspaleis in Heerlen. Een uitzonderlijk architectonisch gebouw. Om te laten zien hoe ingenieus de constructie is, staan er een aantal maquettes in de bibliotheek. In deze maquette (foto: maquette Jos Dreissen) kun je heel goed het geraamte zien, de basis waarop dit alles gebouwd is. Het gehele gebouw steunt namelijk enkel op de pilaren die in het midden te vinden zijn.

Dit is zo ingenieus bedacht, toen in 1933, door de Heerlense architect Frits Peutz. Normaal bouw je een huis of een gebouw op vier muren. Hier is enkel glas aan de buitenkant, geen muren. Vandaar ook de naam Glaspaleis. Sowieso, kijk eens naar die hoeveelheid aan glas. Dat is echt ongelofelijk.

En dan die pilaren, de vorm, een zo natuurlijke vorm. Ze laten mij meteen denken aan de pilaren in de La Sagrada Familia van Antonio Gaudí, Barcelona. Het meest indrukwekkende gebouw ik ooit heb mogen aanschouwen. Het verhaal erachter, het leven van de kunstenaar zelf, Antonio Gaudí, boeken zijn er over geschreven. En al die andere creaties die hij heeft ontworpen en gecreëerd stuk voor stuk kunstwerken.

Gaudí heeft zijn dromen tot leven kunnen maken. Zo veel ingenieuze ideeën en plannen die mensen kunnen hebben, maar je moet ze ook maar waar kunnen maken. Gaudí deed dat in een tijd waarin dat eigenlijk onmogelijk was, begin 19de eeuw.

Zou Peutz geïnspireerd zijn door het werk van Gaudí?

Gaudí overleed in 1929 bij een verkeersongeval met een tram, midden in de stad. La Sagrada Familia was het laatste grote werk waar hij op dat moment aan het werk was. Een levenswerk, anno 2018 wordt er nog elke dag aan gewerkt, de bouw is nog lang niet af. Oplevering is gepland in 2026.

Gaudí was in die tijd al wereldberoemd. Het zou zo maar kunnen dat in die jaren dertig Peutz al een bezoek had gebracht aan dit bijzonder architectonisch kunstwerk in Barcelona. En hij in die periode geïnspireerd is geraakt en zo het Glaspaleis ontwerpt?

Een prachtig ontwerp trouwens, Schunck*, het Glaspaleis, de eenvoud, maar toch zo magistraal, op de een of andere manier zag ik het gisteren pas. Wat een bijzondere plek dat is.

Nu ik het hier zo schrijf bedenk ik dat het mij pas zichtbaar werd doordat Saskia Boer mij een rondleiding gaf. Zij is de schrijfster van het boek “Mam hoort weer!”. Haar debuut. Woensdag gaat ze dit boek aan het grote publiek presenteren. Zij zelf werkt in het Glaspaleis, in de bibliotheek en in het museum. Trots liet zij mij dit alles zien, zij vertelde mij ook van het glas en het verhaal van de pilaren. Pas toen zij mij dit alles vertelde zag ik het.

Saskia is ernstig slechthorend tot zelfs audiometrisch doof. Daarover schrijft ze ook in haar eerste boek. Een aangrijpend verhaal over een ernstig slechthorende moeder en haar goedhorende dochter. Zo helder en fijn geschreven dat het een mooi verhaal is om te lezen. Drempelverlagend, zij laat de lezer zien hoe complex het is om in deze horende wereld slechthorend of zelfs doof te zijn. Het onbegrip, het onzichtbare, de impact op het leven.

Saskia heeft een cochleair implantaat, een bionisch oor. Zonder dit hulpmiddel hoort ze dus helemaal NIETS. Met het cochleair implantaat, het CI, hoort ze wel, maar dan nog steeds als slechthorende. Vandaar ook dat zij meer visueel ingesteld is. Tijdens de rondleiding die Saskia mij gaf, lag er een papieren propje op de trap, zij zag het en raapte het op, om het later in de prullenbak te gooien. Zij zag het, ik niet.

Zo liet zij ook mij door haar ogen zien, hoe mooi die plek daar is, het Glaspaleis, hartje Heerlen. Ik ga er binnenkort een hele dag naar toe, het museum, de bibliotheek, je kunt er zo een dagje doorbrengen. Heb er nu zelfs twee mensen werken die ik ken, Saskia Boer en mijn eigen grote neef Hub Pieters. Ook hij is een bijzonder mooi mens, belezen en een groot dichter, schrijver van al enkele boeken én muziekliefhebber. Dank zij hem is mijn liefde voor muziek ontstaan. In de jaren tachtig werd ik regelmatig samen met mijn twee broertjes naar ome Giel en tante Mien gebracht. In de vakantieperiode, op het moment mijn ma in het ziekenhuis ging werken werden wij naar Heerlen gebracht. Daar verheugden wij ons dan op, op de grotere neven die zo’n tien jaar ouder zijn. Zij hadden platenspelers en grote posters aan de muur. Muziek was hun passie. Yes, Marillion en The Alan Parsons Project. En laat net nu die laatste groep een prachtig muziekproject gemaakt hebben rondom Antonio Gaudí. Een muzikale ode aan een groot kunstenaar.

Mooi is, dat dit muzikale project pas later is uitgekomen, in de tijd dat de compact disc door Philips was ontwikkeld en werd geïntroduceerd. De CD was toen nog zo nieuw. Er was zelfs een radioprogramma waarin elke week de laatste CD’s werden gedraaid die dan in die maand waren uitgekomen. Brothers in Arms van de Dire Straights is denk ik toen zo bekend geworden, omdat net die CD ook de eigenschap had om absolute stilte te laten ervaren in de muziek. En de bastonen zo diep te laten klinken.

In die periode kwam Brothers in Arms op nummer 1, maar ook Gaudí van The Alan Parsons Project. Ik was verkocht.

Gaudí, is de allereerste CD die ik van mijn spaarcenten kocht.

Mijn eerste CD, ik had zelfs nog geen CD-speler. Niet veel later wel en toen heb ik die CD helemaal grijs gedraaid. Grappig, met een CD kon dat dus eigenlijk helemaal niet meer! Grijsdraaien. Maar toch, grijsgedraaid dus.

Gaudí, The Alan Parsons Project. Het zijn stuk voor stuk bijzonder mooie muzikale verhalen, maar het meest indrukwekkende is toch de intro. Ook die stem die dan kort vertelt over Antonio Gaudí en de geschiedenis van La Sagrada Familia. Dat eerste nummer op de CD heet dan ook La Sagrada Familia.

Ik was al verliefd op het gebouw voordat ik er geweest was. En nu komt nog iets heel bijzonders dat de cirkel helemaal rond maakt. Op de voorkant van het boekje dat bij de CD zat, zie je een foto van een van die trappenhuizen in La Sagrada Familia die Antonio Gaudí ontworpen had. Gaudí is gek op de natuur, vormen uit de natuur. En als je van bovenaf in zo’n trappenhuis naar beneden kijkt, dan zie je een slakkenhuis, de cochlea. De cochlea, waar dit verhaal over gaat, dit boek. De cochlea, het binnenoor. Want zonder dat binnenoor, is er geen muziek. En dan zijn we terug waar het deze keer om gaat, bewust worden van de impact die het op iemands leven heeft om niets meer te horen. Doof te zijn. Er begrip voor te hebben, rekening te houden met de beperking die een sterk verminderd gehoor geeft. Daar gaat het boek over. Een aangrijpend verhaal over iets dat de meesten zo maar als vanzelfsprekend aannemen, een goed gehoor.

La Sagrada Familia, The Alan Parsons Project

Boekpresentatie Saskia Boer