Het geheim.

Hoofdstuk drie: Het geheim.

Daar gingen ze dan, beer en prinses, op weg naar de mergelstad. Een mooie zonnige herfstdag, terwijl het al begin winter was, maar het was nog net die overgang naar de echte koude winterdagen, hoe fijn om dan een dagje KERSTSTAD te gaan beleven.

Ze hadden van de hotelier het advies gekregen om te voet vanuit het hotel, langs de Geul, richting mergelstad te lopen, “Gewoon de bosrand volgen”, had de hotelier gezegd.
Een mooie wandelroute, zeker nu met de zon. Ondanks de regen van de afgelopen dagen, toch goed begaanbaar.

Zo lopende wilde prinses alles van beer weten, waar hij vandaan kwam, waar hij geweest was, wat zijn meest indrukwekkende reis was geweest, waar hij nog naar toe wilde gaan, zo veel vragen had ze.

Nog nooit had iemand zo oprecht aandacht gehad voor de beer, hij was altijd zeer bescheiden, ondanks dat hij zo groot was bijna niet aanwezig. Beer viel ook nooit op, mensen liepen langs en zagen hem niet staan. Een doodgewone beer dus, waar de meeste mensen gewoon aan voorbij zouden lopen. Maar de prinses had zijn echte ik gezien, een schat van een mens, een kerel als een boom, een beer met een hart van goud. Blij maakte hij haar van binnen. En vanuit binnen straalde ze dat naar buiten. De hele tijd een glimlach op haar gezicht, zo blij was ze. Leven wilde ze, ervaren, zien, genieten van het leven, beleven.

Beer op zijn beurt had dit nog nooit zo beleefd, ook hij had dat intense gevoel van blijdschap vanuit diep binnen in zijn hart. Ongeloof was er bij hem dat hij daar zo naast haar liep, naast deze mooie prinses. Opnieuw alsof hij droomde, zo mooi vond hij haar. Niet enkel van buiten, maar ook hoe ze was. Haar glimlach, die hij dus eigenlijk voedde, maar niet doorhad dat haar lach een reactie op hem was, daar zou hij nog wel achterkomen. Haar interesse in hem als persoon, voor het eerst in zijn leven sprak hij over zijn belevingen, zijn reizen, zijn leven, waardoor hij nu pas ook zag hoe mooi het leven is, nu pas was het alsof hij voor het eerst zichzelf zag, door haar de verhalen te vertellen, keek hij in een grote spiegel naar zichzelf en zag nu pas wat hij al jaren had. Dat maakte hem intens gelukkig. Beer zag gelukkig meteen dat het de prinses was die er voor zorgde dat hij nog gelukkiger werd door enkel haar aanwezigheid. Haar interesse in hem, in zijn leven, maakte dat hij zichzelf nog meer ging waarderen en vanuit haar ogen kon zien hoe mooi ook hijzelf was. Dit alles wekte zijn interesse in haar, in de kleine prinses. Elke gelegenheid die beer had om over haar leven, haar reizen, ervaringen, haar keuzes in het leven door te vragen, gebruikte beer om meer te weten te komen over wie zij was.

De wandeling had bijna twee uur geduurd, maar de tijd was voorbij gevlogen, prinses was zich hier ook van bewust, ze zei het ook aan beer dat de tijd zo’n bijzonder iets was. “Ken je dat geheim van de tijd?” had ze beer gevraagd. “Hoe bedoel je?”, beer begreep niet zo goed wat ze er mee bedoelde.

“Er is een groot geheim dat er bestaat, een geheim dat eigenlijk geen geheim is, want iedereen beleeft het, elke dag weer. Ieder mens kent het wel, maar denkt er helemaal niet over na. Bij de meeste mensen gaat dit geheim dan ook gewoon aan voorbij. Deze mensen hebben er geen enkel oog voor en zien het niet.

Dat geheim is de tijd.
We kennen het allemaal!
Dat de ene vijf minuten, uren kan duren en van de andere kant enkele uren, slechts vijf minuten kunnen duren. Er zijn mensen die dit geheim hebben ontdekt en proberen op allerlei manieren de tijd te vangen, te meten, te stoppen zelfs. Klokken, horloges, op je telefoon een agenda, een planning, het blijft ondanks dit alles ongrijpbaar. Het is en blijft afhankelijk van wat we in die tijd, op dat moment, beleven. En dat is net het geheim, dat de tijd in het hart woont, want tijd is afhankelijk van het leven, afhankelijk van hét béleven.”

De beer was diep onder de indruk. Hij had het zelf nog nooit zo gezien, ook hij was tot dan er gewoon aan voorbij gegaan. De Tijd.
Prinses vertelde hem over het boek dat ze gelezen had en ze dit geheim had ontdekt. De titel van het boek kon ze zich nog goed herinneren: “Momo, oder, die seltsame Geschichte von den Zeit-dieben und von dem Kind, das den Menschen die gestohlene Zeit zurückbrachte” van Michael Ende.
Dat citaat over de tijd in dat boek kon ze elk woord van herinneren. In de originele taal was de woordkeuze nog passender, de woorden in het Duits maakte het nog sterker:
“Es gibt ein großes und doch ganz alltägliches Geheimnis. Alle Menschen haben daran teil, jeder kennt es, aber die wenigsten denken je darüber nach. Die meisten Leute nehmen es einfach so hin und wundern sich kein bisschen darüber. Dieses Geheimnis ist die Zeit. Es gibt Kalender und Uhren, um sie zu messen, aber das will wenig besagen, denn jeder weiß, dass einem eine einzige Stunde wie eine Ewigkeit vorkommen kann, mitunter kann sie aber auch wie ein Augenblick vergehen, je nachdem, was man in dieser Stunde erlebt. Denn Zeit ist Leben. Und das Leben wohnt im Herzen.”

Hoe mooi was dat. Tijd.

En zo kwamen ze aan in de mergelstad. Vanuit het bos, de wandeling langs de Geul, vanuit die mooie natuur, stonden ze daar nu midden in de stad. Het was nog vroeg, maar ondanks dat al gigantisch druk. Met bussen kwamen mensen al in de vroege ochtend naar deze stad toe. Een groot succes was het, die kerstmarkten in de mergelgrotten. Lange rijen van mensen stonden er al te wachten, al meer dan 1 uur. Voor sommige die enkel maar wat voor zich uit zaten te kijken en zich verveelden, voor deze mensen duurde dat uur al een halve dag, voor andere die gezellig stonden te kletsen, genoten van de zon in het gezicht of genoten van het kijken naar andere mensen, deze mensen waren helemaal niet bezig met wachten, nee, ook die tijd konden zij gebruiken om te leven, te beleven. Beer merkte nu pas de essentie van het geheim, het geheim dat er tot dan altijd was geweest, maar hij nog nooit zo duidelijk had gezien.
Dankzij haar, hij keek naar haar en zag nog steeds de glimlach op haar gezicht. De twinkeling in haar ogen. Ze straalde gewoon. Hij zag haar liefde voor het leven, het kunnen beleven. Hij wist nu vrijwel zeker, dit zou een hele mooie dag gaan worden, een dag die misschien net daarom zo snel voorbij zou gaan, maar net door zich daar weer bewust van te zijn, nam hij nu pas elk moment heel bewust waar, hij ging net daardoor op elk detail letten en het bewust opnemen met al zijn zintuigen. Hij kwam in het hier en nu terecht, waardoor het zelfs leek alsof de tijd stil bleef staan, een soort van slowmotion, waarin zo veel prikkels tegelijk binnen kwamen, dat hij nu pas ook de geur van de lekker koffie rook, maar ook de geur van verse wafels, het geroezemoes van mensen kletsend in de rij, de lampjes die ondanks de zon, toch zichtbaar waren, de zon op zijn gezicht, de warmte, het lichte briesje van een wind, haar blik nu op hem, alsof ze daar nu eeuwig zo stonden, ze keken elkaar aan, nietszeggend, maar begrepen elkaar volkomen, voor het eerst nu, voelde ze het beide, daar nu in die menigte, tegenover elkaar, al uren liepen ze te kletsen, maar nu daar nietszeggend en in die intense drukte, kijkend in elkaars ogen, vergeten even de wereld om hun heen, verzonken in het moment, daar, nu, heerlijk, beer had dit lang niet meer gevoeld, dit warme gevoel in zijn hart, die blijheid, die verliefdheid. Ook de kleine prinses zag nu zelf pas wat ze tot dan bijna aan haar voorbij had laten gaan, een liefde voor iemand die tot voor kort voor haar steeds niet zichtbaar was geweest. Een grote beer, zo bescheiden, zo verlegen, zo stil, hoe kon hij haar ook ooit zijn opgevallen? Maar nu bij stom toeval hadden ze elkaar ontmoet. Ze had haar hart gevolgd en gewoon dat gedaan wat goed voelde. En nu daar zo samen, met z’n twee. Die kriebels in haar buik toen ze in zijn ogen keek. Zonder iets te zeggen, helemaal in het moment, als vanzelf, stonden ze nu tegen elkaar aan, kijkend in elkaars ogen, beide handen hadden elkaar al gevonden, die lichte aanraking had dat gevoel gegeven dat het goed was, dat zonder woorden het duidelijk was, wat beide voelde, de vingers die gezocht hadden, gestreeld, het vastpakken in elkaars handen, dat was al genoeg om te weten dat het fijn was, fijn om bij elkaar te zijn.
Het leek nu alsof ze daar helemaal alleen stonden, zij met z’n twee, tegen elkaar, beide handen in elkaar. Vandaar dat beer nu gewoon dat deed wat zijn hart hem vroeg. Kus haar!
Net voordat hij haar lippen raakte, keek hij in die mooie donkere ogen, haar glimlach, haar lippen, zijn ogen gingen dicht en nu voelde hij de zachte lippen van haar op de zijne, de zoet zachte smaak van de lipbalsem die ze net nog kort van te voren had opgedaan, warm, zacht, zoet. Zijn handen waren ondertussen op haar rug en hij omhelsde haar enig en drukte haar dichter tegen zich aan. Hij wilde haar nu voelen. Dit moment wilde hij pakken met beide armen. Nooit meer loslaten. For ever and ever vasthouden.

Zij had precies hetzelfde gevoeld, de lichte aanraking van zijn warme zachte handen, ondanks de kou, waren zijn handen heerlijk warm, zijn vingers hadden haar vingers verwarmd. In zijn ogen had ze de blijdschap gezien van de verhalen die ze hem had verteld. De liefde die hij voor haar voelde. De kriebels maakte het compleet. Vanzelfsprekend dat ze zich dan ook volledig kon geven op het moment zijn lippen de hare raakte. Het was zo heerlijk om in zijn armen te verzinken. In zijn innige omhelzing helemaal te verdwijnen en de wereld om haar heen volledig te vergeten.

Mensen begonnen spontaan te klappen. De mollige beer en de kleine prinses waren niet geheel onzichtbaar gebleven voor al die mensen om hen heen. Sommige hadden het koppel al zien aan komen lopen, hadden zich het tafereel aangekeken en waren min of meer meegesleurd in het sprookje dat zich voor hun ogen had afgespeeld. Vandaar ook dat de meesten zo om beer en prinses heen precies hadden gezien wat daar was gebeurt. Zo mooi ook om het te zien gebeuren. En de hoop ook dat die kus er uiteindelijk zou moeten komen. En ja, het moment dat die dan komt, kon het niet anders dan te laten blijken dat het klopte, dat het fijn was om te zien, vandaar het applaus. De lach op ieders gezicht. Fijn om er even deel van te zijn. Van dat moment, daar in het zonnetje, wachtend in de rij. Voor degene die dit alles had meegemaakt, begon de dag nu echt, het wachten op, was voorbij.

Het be-leven kon beginnen.

Het ondernemerschap beeldend kunstenaar

Gisteren de TEFAF bezocht. Behalve dat ik weer enorm werd geïnspireerd en kon genieten van Kunst, heb ik ook nagedacht over mijn eigen ondernemerschap in de wereld van kunst.

Mijn ondernemerschap, beeldend kunstenaar.

De naam alleen zegt het al “onder-nemen”, vooral doen, bezig zijn, zoeken naar nieuwe uitdagingen, nieuwe producten, hoe houd je de onderneming gezond?
Sinds 2012 heb ik er zelf één, een onderneming; Dyon Scheijen Art. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als beeldend kunstenaar.
Een hobby die uitgroeide tot mijn tweede beroep. En om alles netjes te organiseren met belastingen en BTW-teruggave, starte ik, op advies van mijn vader, zelf ook ooit ondernemer, mijn avontuur als kleine zelfstandige op 10 november 2012, 10-11-12.

Net deze kleine stap toen opent nu deuren die voorheen gesloten bleven; galerijen nemen mij serieuzer, het plaatsen van een advertentie gaat makkelijker, andere ondernemingen weten je makkelijker te vinden, mijn product en naam Dyon Scheijen Art wordt bekender. Het sneeuwbal effect.

Maar ik moest me ook meer als ondernemer gaan gedragen. Nadenken over inkomsten en uitgaven, bewust ondernemend zijn. Dus ook bewuster zijn van het kapitalistisch systeem, de basis van onze huidige materialistische maatschappij.
Maar mijn doel als ondernemend kunstenaar is niet veel geld verdienen. Zeker niet! Volgens mij is het dat nooit voor een ondernemer.
Voor buitenstaanders lijkt dat vaak wel; “O, het gaat goed met je schilderkunsten, je gaat zeker binnenkort stoppen met werken?”

Neen!

Geld is een middel, geen doel!

Geld is wel iets heel bijzonders. Sinds geld zelf een product geworden is en er bodemloze putten bestaan waarin veel geld verdwijnt en dus niet meer in die kapitalistische maatschappij terugkomt, werkt ons kapitalistisch systeem niet meer zo goed. Moeten we wakker worden en misschien iets anders gaan bedenken?

Hoe was het ook al weer?
Jij wil iets van mij, ik misschien iets van jou? Kunnen we elkaar helpen? Kunnen we producten ruilen?
Alleen ik wil nu niet dat van jou, misschien later wel of zelfs helemaal niet, dus geef me maar iets anders, iets tijdelijks, iets dat ik ook met anderen kan ruilen en zo ontstond Geld.

En toen kwamen de banken en ging het mis, geld werd zelf een product, later zelfs iets virtueel, enkel een getalletje, nu zelfs enkel een getalletje op je mobiel, een virtuele munt, lucht dus. Iets ongerijpbaars.

Te vaak hoor ik nu dat iets niet kan omdat er geen “geld” voor is!
Zo triest…we leven in een tijd waarin we de meeste kennis hebben, eigenlijk ook al heel veel kunnen, maar er zou geen geld voor zijn om het te doen?! Echt!

Mensen die medische zorg nodig hebben, maar het niet kunnen krijgen, omdat er geen GELD voor is?! Anno 2017?!

Is de mensheid zo dom om geld belangrijker te laten zijn dan humaniteit?

“Nee, sorry meneer, u komt niet in aanmerking voor die vergoeding voor extra zorg voor uw chronisch zieke dochter, u komt er net niet voor in aanmerking, uw zorgverzekeraar vergoedt dit niet”.

Geld maakt niet gelukkig, er voor een ander kunnen zijn wel.

Geld is een middel, maar niet het doel.

En dan nog iets, cliché, de mooiste dingen zijn echt niet te koop!
Gezondheid, vrijheid, echte liefde, een goed gesprek, vrienden, echte vrienden.

Maar stel, stel dat, ik, voor één van mijn kunstwerken een miljoen. Ik bedoel, het is mogelijk! Gisteren op de TEFAF gezien, een werk van Gehard Richter, een nog levend kunstenaar, woonachtig in Keulen, een werkje van 52cmx72cm voor maar €2.250.000,-.

Twee miljoen tweehonderdvijftig duizend euro!

Stel, dus gewoon even dromen, dat het inderdaad zou kunnen, als kunstenaar, TEFAF-prijzen voor mijn kunstwerken.

Dan zou ik nog steeds willen blijven werken als klinisch fysicus – audioloog bij Adelante. Dan zou ik wel ietsje later naar mijn werk gaan, zo rond een uur of 10 beginnen en om 4 uur weer naar huis gaan. Flexibel werken. Freelance!

Dan zou ik voor de mensen die bij mij op het audiologisch spreekuur geen zorg kunnen krijgen omdat “er geen geld voor is”, daar zou ik stiekem voor gaan betalen, de zorg die ze nodig hebben, hun hoortoestellen, alles.

Ik zou drie dagen per week werken, daarnaast een aantal weken per jaar, op de mooiste plekken op aarde grote kunstexposities gaan organiseren, exposities met live painting, een expo waarin ik 7 grote werken in drie weken tijd live op die plek maak, in deze drie weken kunnen mensen komen kijken hoe deze 7 kunstwerken ontstaan, werken van 2 meter bij 2,5 meter of nog groter, alles passend in de omgeving waar ik werk en waar de werken uiteindelijk dan nog aansluitend in een expositie komen te hangen. Ik zou genieten van de contacten met de mensen, mensen die tijdens het live painten gesprekken hebben met de bezoekers over hét leven, over wat er echt toe doet in het leven, deze gesprekken zouden overigens terug te zien zijn in de kunstwerken, dat is net zo mooi, omdat ik dan stop met schilderen, de verf droogt, maakt dat op het moment dat een persoon mij aanspreekt en we in gesprek gaan, daar op die plek in het kunstwerk een verandering, het gesprek we dan hebben wordt onderdeel van het kunstwerk. Zo ging het ook in het museum in San Diego.

Ik zou mooie plekken bezoeken die toeristen vaak niet zien, omdat de lokale bevolking die samen met mij de expositie organiseert mij deze plekken laat zien. En uiteraard heerlijk eten, de lokale keuken.

Met de verkoop van schilderijen op die plekken weer meer mensen gelukkiger maken, projecten starten voor beginnende creatieve mensen die creatieve ideeën hebben. En omdat ze deze dan wel zouden kunnen uitvoeren, zouden ze na enkele jaren zelfstandig kunnen opereren, want geld zou dan niet meer belangrijk zijn!

Mensen die vanuit een goed hart de wereld willen verbeteren. En er vooral voor een ander willen zijn.
Want er is niets wat je een beter gevoel geeft, dan er voor iemand anders echt kunnen zijn. Om dan een geste te ontvangen in de vorm van; een glimlach, een traan van dankbaarheid, een verbaasde blik van “Dat dat nog bestaat?!”, een ferme handdruk met woorden van dank.
Gelukkig maak ik dit alles bijna elke dag mee op m’n werk bij Adelante. En dat gevoel, dat gevoel is onbetaalbaar!

Daarom ga ik zeker niet stoppen met werken en hoop ik tot in lengte van dagen naast mijn werk als audioloog ook nog een succesvol ondernemer te mogen zijn. Een idealist die net in deze complexe tijd waarin we leven, als een gloeiende druppel op een bakplaat, de wereld probeert te verbeteren. Kunst kan daarbij een middel zijn.

De hele wereld draait door! Vertigo!

Half 9, net m’n manager laten weten dat het vandaag echt niet gaat lukken om te komen werken. Vannacht heftige vertigo-aanvallen gehad. Het leek wel in golven te komen, dan even rust en een half uur later weer helemaal draaiduizelig en warm. Alles draaide om me heen. Elk uur voorbij zien komen.

Ik weet precies wat er aan de hand is, mijn patiënten hebben het al vaker in detail beschreven, nu ervaar ik het zelf. Doordat ik weet wat er aan de hand is, blijf ik rustig. Dat er mensen zijn die deze ervaring van draaiduizeligheid en volledig controleverlies beschrijven alsof ze doodgaan kan ik me heel goed voorstellen.

Nu dan toch maar een keer aan mezelf denken. Rust nemen. Gebruik maken van het draagvlak om mij heen, de lieve collega’s, die mijn spreekuur  meteen zonder problemen overnemen. Mijn lieve collega’s, die net als ik een verhoogd risico lopen om ziek te worden. Het zijn allemaal gevers, willen goed doen voor de medemens, gaan vaak net over grenzen heen en verwachten veel van zichzelf. Bij uitstek de ideale eigenschappen om voor een functie in de zorgsector aangenomen te worden. Echter óók de ideale eigenschappen om tegen een overspannenheid of nu bij mij een evenwichtsprobleem of tinnitus aan te lopen.

Als klinisch fysicus audioloog ben ik al jaren met heel veel plezier werkzaam als gespecialiseerd tinnitus therapeut. In de gesprekken met tinnitus patiënten heb ik het er in elk gesprek weer over, het glas. Ooit geleerd in een Duitse tinnitus kliniek, “Das Glas der Lebensakzeptanz”.
In mijn spreekuur teken ik het altijd al op z’n kop, zo goed ken ik het, zo kan de patiënt het meteen vanuit zijn positie aan de andere kant van de tafel goed zien, maar los daarvan is de gedachte achter “Das Glas der Lebensakzeptanz” zo herkenbaar voor de patient, maar nog meer voor mezelf!

Een glas getekend en dan langzaam vullend met energievreters, stress, spanningen. Zaken waar je je zorgen over maakt.
Een standaard rijtje; lichamelijke klachten, werkgerelateerde problemen, thuissituatie, familie, ik geef altijd maar wat voorbeelden.
Het glas loopt over. Bij de één een moment om tinnitus te ontwikkelen bij de ander een vertigo migraine. Zoals nu bij mezelf.

De druppel.
De vicieuze cirkel.

Draaglast, draagkracht, draagvlak, deze drie elementen zien we terug in een beeldje. Een kunstwerk dat onze maatschappelijk werker van het tinnitusteam steeds gebruikt bij het thema wij in de avonduren samen geven. Ik zit er dan bij en luister iedere keer naar wat mijn collega in zijn deel van het verhaal te vertellen heeft. Draagkracht/Draaglast/Draagvlak.

Het beeldje is een vrij abstracte weergave van twee figuren die samen één vormen. Aan de onderzijde in elkaar overlopen. Als je goed kijkt een mannen- en een vrouwenfiguur. Die beide hun armen omhoog houden, de armen zijn symbool voor de draagkracht. Beide figuren houden samen een soort van ovalen steen omhoog, de draaglast. Dit alles wordt in balans gehouden op een vlakke onderkant, het draagvlak. In dit thema wordt uitvoerig stil gestaan bij deze driehoek; draaglast, draagkracht, draagvlak. Dit thema geven we na een stevige werkdag, zo van half 6 tot half 8 in de avond. Gelukkig vinden we allemaal ons werk heel leuk en is er een enorme steun uit het team. En bij mij thuis wachten ze heel lief met eten totdat ik er ben, draagvlak genoeg zou je zeggen.

Maar als ik zo luister ga ik zelf vrijwel continu over grenzen heen, maak ik me veel te veel zorgen over vanalles en nogwat en wil ik het voor iedereen goed doen. Sta voor iedereen meteen klaar, behalve voor mezelf.

En dan zegt je lichaam STOP! Tot hier en niet verder. En dan is het heel belangrijk om naar je lichaam te luisteren en die signalen serieus te nemen.

Dan ga ik schilderen, sporten, wandelen met m’n lief. De accu weer opladen. Balans terugbrengen. Want je kunt er pas echt voor iemand zijn, als je eerst goed voor jezelf zorgt.

Ik kan pas geven, als ik iets te geven heb.

Het is zo complex, het leven. Van elkaar kunnen we leren.

Laat ik er toch ook iets positiefs in zien; naast de professional, ben ik nu ineen tevens ervaringsdeskundige, daarmee kan ik nóg beter m’n patiënten helpen. Als ik het over een Ménière-aanval heb, weet ik hoe dat voelt. Vreselijk. Waarbij het woord vrees, in het woord vreselijk, een bepalende factor is in wat er met je gebeurt. Het lichaam is letterlijk in paniek, omwille van het verlies van controle. Lopen kan niet meer, stil liggen heeft geen zin, ogen sluiten ook niet, het blijft draaien, wat je ook doet. Je lichaam probeert de controle terug te krijgen en dat lukt niet. In een spel is dat misschien leuk, of als je het even ervaart wetende dat het zo weer over is, kun je het makkelijker hebben. Wil je ervaren wat dit is, draaiduizeligheid, dan kun je de volgende oefening uitvoeren.

Ga gewoon rechtstaan. Wel met wat ruimte om je heen, kijk goed dat mocht je vanuit deze positie vallen, dat je daar de ruimte voor hebt. Geen scherpe punten van tafels of stoelen om je heen? Draai nu dan 20 keer om je as, blijf op de plaats staan en draai rondjes, even heel snel. …, 10, 9, 8,…3, 2, 1, ok. En probeer nu te lopen. Gewoon rechtdoor. Dat lukt niet. Stel je dit nu voor, de hele tijd. Of in aanval op je werk.

Gelukkig wist ik precies wat het was, wat er in mijn lichaam gebeurt, wat te doen om vooral rust te behouden, het toe te laten, het te laten gebeuren. Net als in een achtbaan, die meerdere keren over de kop gaat, die “kurkentrekkers” achter elkaar door. Maar in een achtbaan geef ik me over aan die krachten, die sensatie, dan is het leuk. Dat laat ik dan gewoon gebeuren, omdat het zo gepland is. Ga ik ervaren. Spannend is het wel, als je zo zit te wachten op dat moment dat het karretje begint te rijden, dus zelfs al weet je dat alles veilig is, dat er nog een stuk of 50 andere mensen met je meerijden, toch is het spannend. Als het gedaan is, dan is er opluchting dat het over is, maar tevens een gevoel van adrenaline door je lichaam heen, wat ook wel op dat moment in die attractie weer lekker is.

Zo ben ik ook die aanval “ingestapt”, het te zien als even een hele lange rit in een achtbaan, niet wetende welke bochten die maakt, hoeveel loopings die gaat, het gewoon ervaren, soms even met de ogen dicht, soms even met een uitroep van dat het net even te veel is.

Het duurde twee volle dagen, waarschijnlijk had ik een kortingskaart gehad. Maar lettend op mijn ademhaling, wat tools en handvatten die ik ken vanuit de thema’s en sessies, kwam ik er goed doorheen. Was het een ervaring die een ervaring moest zijn. Een volgende keer weet ik wat me te wachten staat, hoe ik er nog beter mee om kan gaan, maar vooral ook dat ik eerder aan die rem moet trekken om niet zo hoog te hoeven gaan. Grenzen te bewaken. En het af en toe gewoon even rustig aan te doen.

Het leven is soms een achtbaan. En de wereld draait gewoon door!

Op wie ga jij stemmen?!

Net in deze tijd staat onze democratie enorm onder druk. Ook al ga je straks stemmen met een zeer goed onderbouwde keuze, stemmen op een politicus of een politieke partij die inderdaad een stem verdiend, maar democratie betekent uiteindelijk toch dat de keuze valt op de meerderheid.

De versnippering in alle partijen is zo groot en het politieke veld is zo verdeeld, dat een meerderheid vinden wel Russisch roulette lijkt. Het is een gok wie straks een meerderheid kan vormen. De regering die straks al die wereldproblemen moet gaan dragen krijgt het zwaar te verduren. Stabiliteit en eensgezindheid is net nu van groot belang om goed onderbouwde en doordachte besluiten te kunnen nemen, besluiten op wereldniveau.

Maar het politieke veld zoals het er nu voor ligt, zorgt er enkel voor dat het allemaal kleinere partijen zijn waar mensen op kunnen gaan stemmen.

Daarbij komt dan ook nog eens dat fake idealisme van één poltieke partij, een partij die politiek gezien helemaal geen draagkracht heeft, een compleet verkeerd gedachtengoed nastreeft, waar dan toch een groot deel van de bevolking van Nederland met ferme overtuiging op gaat stemmen, half Nederland lijkt wel. Een partij die geen partij is, maar bestaat uit een Einzelgänger, een maloot die enkel een grote mond heeft en vanaf de zijlijn, net als bij voetbal, enkel felle kritiek heeft op alles en iedereen. Hij, die dan toch op de een of andere manier een charisma heeft om met het spuwen van extreem idiote ideeën een enorme aanhang weet te winnen. Een aanhang die waarschijnlijk net niet groter zal zijn dan al die versnipperende partijen bij elkaar, maar uiteindelijk wel de grootste kan gaan zijn ten opzichte van al die kleine partijen afzonderlijk. Daarmee wint dan toch de PVV.

En dat zou enkel de gedachte versterken dat de huidige regering wordt afgestraft en Wilders met “zijn partij” zou winnen. Terwijl al die kleine partijen samen groter zouden zijn, maar politiek gezien of vanuit de media, zal dat niet worden opgemerkt. Koppen in de krant als “Wilders wint terrein.” “Nederland kiest PVV.” “Wilders toch president?”
Al die aandacht is gratis reclame voor Wilders en zijn PVV.
Het maakt niet uit wat ze over je zeggen, als ze maar iets over je zeggen. Gratis reclame. Zie de ellende in Amerika. Trump die vanuit de media, vanuit het entertainment, aandacht kreeg, een podium waarop hij zichzelf, zijn naam, zijn merk kon promoten, gratis! Geheel voor niks!

Hier in Nederland precies hetzelfde. Wilders die gewoon de ruimte wordt gegeven om in de media continu zijn politieke agenda neer te zetten. In de media steeds maar opnieuw alle aandacht krijgt, zelfs al verschijnt hij niet in geplande debatten.
Al die aandacht is voer voor net diegene waar niet het gevoel naar toe moet gaan dat ze winnen. Want voor een groot aantal mensen die PVV stemmen is het gewin van Wilders een vrijbriefje, een goedkeuring om geweld te mogen gebruiken. Een vrijbrief om “buitenlanders” keihard aan te pakken, recht in het gezicht vuile woorden te zeggen, want het recht van “meningsuiting” heeft gewonnen. Haat en verderf is het wat de klok gaat slaan, als de PVV nog meer terrein wint, dat moge duidelijk zijn.

Maar er is nog een ander, niet geheel onbelangrijk aspect, de oneman-show die die blonde rakker steeds maar weer opvoert, hij had cabaretier moeten worden ook dan had hij volle zalen getrokken, maar stel, stel dat PVV groots gaat winnen, wie zijn dan die PVV?!

En dan nog iets, de complexiteit van het huidige wereldtoneel. Turkije nu bijvoorbeeld…stel je voor Wilders premier, dan was nu al lang de vlam in de pan gegaan. Haantjes politiek. Waarbij dan uiteindelijk geen enkele winnaar zal zijn. Want politiek is geen wedstrijd! Politiek is geen spel! Politiek is de basis van onze SAMENLEVING. Wetten, afspraken, diplomatieke contacten, wereldvrede proberen te bewaken/bewaren.

Op wie ga jij stemmen?

Een goede morgen!

Hoofdstuk twee: Een goede morgen!

Langzaam was de beer wakker geworden. Nog nooit had hij zo’n fijne droom gehad. Hij herinnerde zich daarom nog elk detail, hij kon het ook verklaren die mooie droom. Dat boek van Suske en Wiske, De Jollige Joffer, had hem de gedachte aan dat hotel gebracht, precies zoals in het stripverhaal te zien was, de rood met witte luikjes, zo boven op die heuvel dicht bij de mergelstad. Dan de boeken met de verhalen van Olivier Bommel en Tom Poes waar Beer als kleine beer vroeger uren in gelezen had. Daar had hij de man achter de balie in herkent. Precies zoals in de kleurprenten in het boek. En ook de meubels in de hotelkamer kwamen stuk voor stuk uit die verhalen. Dat alles had zijn droom met de kleine prinses gevormd. Zo ook de stoel waar hij nu vanuit het bed naar keek, de gordijnen tot op de grond met die leuke patroontjes erin. Hij keek de kamer rond, zag nu ook de lege kop thee staan. En nu pas ook bemerkte hij de arm die om hem heen lag. Langzaam ontwaakte hij uit de droom dat hij het enkel gedroomd had. De arm was echt, de hand bewoog. Vingers strelend zijn mollige buikje. Nu pas hoort hij ook de zachte ademhaling achter zijn rug, voelt hij tegen zijn rug steeds opnieuw die lichte warme luchtstroom, die lichtjes kietelt, maar o zo fijn is. Even blijven liggen, niet bewegen, anders is alles zo voorbij.

De kleine prinses was al vroeg wakker geweest, ze had nog nooit zo diep en heerlijk geslapen. Het zachte brommend snurken van de beer had haar heel veel rust gegeven. Heerlijk warme voeten had ze nu een keer gehad, anders waren ze altijd ijskoud, maar nu had ze haar voetjes stiekem gewarmd aan de beer. Die had daar niets van gemerkt, hij was helemaal weg geweest in zijn slaap. Hij had zelfs heel zachtjes “mmmmmheerlijk” gemompeld. Vroeg was ze wakker geworden en zich bewust geworden van iets dat tot dan voor haar niet zichtbaar was geweest. Hoe fijn het is om lief te hebben. Om bij iemand te zijn die gewoon lief is. Een grote knuffelbeer lag daar naast haar in bed. Een echte ook nog wel. Zo fijn om op deze manier de dag te beginnen. Genietend van elkaar. Niet bewegen dacht ze, anders is alles zo voorbij.

“Goede morgen”, sprak de beer toch op een gegeven moment toen hij bemerkt had dat de prinses al wakker was. Hij draaide zich om, daar lag ze echt naast hem, met die donkerbruine, bijna zwarte ogen, dat lang krullend zwart haar, die stralende glimlach, die sprankeling van leven in haar ogen. “Goede morgen Beertje, goed geslapen?”.
Goed geslapen? Hoe kon de beer haar gaan uitleggen dat dit de tot nog toe beste nacht was die hij ooit beleefd had, hoe kon hij haar vertellen over zijn gedachte dat hij gedroomd had dat hij droomde, maar in werkelijkheid de droom nu dit moment was welk hij samen met haar beleefde. Welke woorden moest hij gebruiken om dat mooie te beschrijven en het goed over te brengen? Maar woorden waren niet nodig, zijn ogen zeiden de kleine prinses al genoeg. Het was alsof ze konden spreken met elkaar zonder woorden.

“Wat zijn jouw plannen voor vandaag?” Vroeg de prinses.
De beer had daar nog helemaal niet over nagedacht, het liefst wilde hij dit moment voor eeuwig vasthouden, voor hem was dit het ultieme geluk. Wat wil een beer nog meer met dit weer, buiten koud en regenachtig, donker, de winter al een beetje in de lucht, een beer wil dan maar eigenlijk één ding; heerlijk lekker in bed blijven liggen.

“You can sleep when you are dead”, alsof ze zijn gedachte had gelezen. “Dat zegt een Amerikaanse vriendin van mij altijd. Genieten van je dag, carpe diem, pluk de dag. Ik weet het is moeilijk om op te staan, maar als je dan eenmaal wakker bent en er op uit gaat, dan denk je “Dit moet ik gewoon vaker doen”. Ik heb vandaag de kerstmarkt op m’n programma staan. Een kerstmarkt in de mergelgrotten. Het is er warm, droog en het schijnt een hele gezellige sfeer te zijn, met heel veel lampjes, muziek en lekker eten en drinken. Kom gewoon met mij mee!” En op dat moment kietelde de prinses beer in z’n buikje, haar glimlach, haar ogen, haar stem, haar krullend haar, alles maakte de beer heel blij en ja! hij had er zin in om met haar mee te gaan. “Is goed”, had de beer gezegd, “You can sleep when you are dead” herhaalde hij in gedachte nog een keer.

Prinses sprong op uit bed “Leuk! De kerstmarkt! IK ga als eerste douchen!”.

Beer blijft nog even liggen, hij zit met zijn gedachte nog een beetje in dromenland, kan het nog steeds niet geloven, hoe zijn leven er opeens heel anders uit ziet, de kleine prinses waar hij wel al eens vaker over gedroomd had, nu werkelijkheid?
Beer draaide zich om, lekker nog even z’n hoofd op dat heerlijke dikke kussen. Buiten was de wind gaan liggen, de zon was ondertussen zelfs langzaam te voorschijn gekomen, een hele mooie herfstdag zou het gaan worden, de kleuren van de bladeren in de bomen kon hij vanuit zijn bed bewonderen, zo op die heuvel was er een prachtig uitzicht over het Limburgse landschap. Net een schilderij. Een schilderij van de natuur, zo mooi hoe alle kleuren in elkaar overvloeien en nu met die ochtendzon dat rood, goudbruin een kunstwerk op zich was. Beer had daar grote bewondering voor, de kunst van de natuur, daar kon hij uren van genieten. Daarom was het ook zo voorbij de tijd waarin de prinses gedoucht had en zich helemaal aangekleed. Toen ze uit de badkamer kwam had beer haar vol verwondering aangekeken, als in slowmotion elk detail van haar bekeken, het haar zo mooi opgestoken, heel natuurlijk, nonchalante, maar toch chique, de ogen zo mooi donker en toch sprankelend en open, haar mooie lippen, haar jurkje, alles klopte met haar persoonlijkheid, sprankelend, levend, happy, beer werd helemaal blij, alleen al door naar haar te kijken. Zin had hij nu ook om er samen op uit te gaan, vandaar dat ook beer snel klaar was met douchen en opstaan en ze samen deze mooie zonnige dag tegemoet gingen.

Wordt vervolgd.

Toen was God heel gewoon

In de serie van “De kracht zit in de mens zelf”.

Een geheel ander verhaal is het volgende:
Een volwassen man, trotse vader van een gezin dat anderhalf jaar geleden is gevlucht vanuit Syrië naar Nederland, ondertussen met zijn gezin al een verblijfsstatus hebben en zeker niet meer terug kunnen naar hun geboorteland. Onmogelijk. Waarom? Dat verhaal is te triest voor woorden en kan ik daarom ook hier niet beschrijven.

Maar waar het mij om gaat is het volgende: Ik zag meneer eerst met zijn vrouw, een mooie krachtige vrouw, met hoofddoek, maar haar bijzonder mooie persoonlijkheid is ondanks de bedekking van een groot deel van haar hoofd te zien. In haar gezicht, in haar houding, in haar ogen.

Omdat haar echtgenoot geen woord Nederlands spreekt, spreekt zij voor haar man, met veel liefde en respect, zo mooi om te zien. Zij spreekt zeer gebrekkig Nederlands, hij dus helemaal niet.

De bedoeling is schijnbaar dat ik via haar eigen mobiel de zoon bel, die beter Nederlands spreekt en zo als tolk kan functioneren. Een professionele tolk wordt namelijk niet meer vergoed, vandaar dat we het op deze manier moeten aanpakken.

Alleen het probleem op deze dag is dat het gesprek dat ik in de planning had minstens één uur zou gaan duren, waarin ik aan de hand van plaatjes en tekeningen zoals gewoonlijk in mijn tinnitusspreekuur één en ander zou gaan uitleggen.

Mijn vraag is of zij samen met de zoon een nieuwe afspraak kunnen maken, waarin we het gesprek dan live op het audiologisch centrum kunnen laten plaatsvinden.

Het is echter twee weken voor de zomervakantie, het hele spreekuur de komende weken is volledig volgeboekt. Om deze mensen eerder te zien maken we een afspraak op de eerstvolgende maandag na werktijd. Na werktijd, zodat ik voor dit gesprek uitvoerig de tijd kan nemen. Anders heeft het geen zin.

Een nieuwe afspraak wordt gemaakt.

De maandag erop zijn ze er, de zoon is nu meegekomen, hij woont al bijna drie jaar in Nederland en spreekt heel goed Nederlands en Engels. Een moderne zoon, ik schat net zo rond de twintig, nog helemaal aan het begin van zijn leven en nu al deze ervaringen die hem meteen volwassen maakt. Hij die nu een soort van “vaderrol” krijgt over het gezin, want hij spreekt de taal van hier.

In het land der blinde is één oog koning.

Het gesprek verloopt heel goed. De vader die in het vorige gesprek geen woord zei, maar nu, omdat hij via zijn zoon in zijn eigen taal zijn verhaal kan vertellen, nu dus een waterval is van verhalen.

Hij kan vertellen dat hij de vreselijkste dingen heeft meegemaakt. Zijn oren ook nog eens flink ontstoken zijn geweest. In zijn land door oorlog geen goede zorg beschikbaar was en hij nu met een ernstig gehoorverlies achter blijft en naast de beperking die dit gehoorverlies geeft in het horen, hij ook nog last heeft van die irritante ruis in beide oren, rechts meer dan links.

Ik leg alles tot in de puntjes uit. Vanaf de oorschelp tot aan de auditieve cortex. Gelukkig via zijn zoon begrijpt hij wat de bedoeling is, ook de zoon begrijpt het volledig. Het gehoorverlies, de impact die de stress en spanningen hebben gehad. Nu het nieuwe leven in Nederland, het onbegrip, de spanningen in de wereld, de ontwikkelingen, het onwetende, het onbekende. Al dit samen en de invloed op het gehoor en de tinnitus.
De brug naar het vervolgtraject in onze tinnitusbehandeling is gemaakt.

We hebben uiteindelijk nog een heel leuk gesprek over het feit dat ik vanuit de spraakverstaanbaarheid het heb over frequentie en luidheid in tonen. De beschrijving van het gehoor, dat de vader met een trotse blik nog aangeeft dat in hun taal, de Arabische taal, het heel gebruikelijk is om bij de beschrijving van iemands uiterlijk, naast de kleur van het haar of van de ogen, de lengte, het postuur, ook de kleur van iemands stem te beschrijven. Dat er in de Arabische taal daar specifieke woorden voor zijn. Meer in de vorm van een zachte stem of een harde stem. Waarbij zacht en hard, hier niet in volume is, maar in kleur. Hoe mooi is dat!

Voordat ze naar buiten gaan kan ik het niet laten de zoon te vragen hoe het nu zal gaan met Syrië. Wat hij er van denkt.

De zoon, een hele nette jonge man, gemotiveerd, positief, respectvol, slim, enkel een goed persoon, met een ongelofelijke dankbaarheid naar Europa en vooral naar Nederland. Dankbaar voor de kansen die hem geboden worden en hij met beide handen aanpakt. Hij wel!
Genoeg Nederlanders in mijn omgeving die ik ken, die kansen laten liggen! In vele betere omstandigheden verkeren en enkel maar durven te klagen en O wee, als een vluchteling iets te veel steun krijgt.

Anyway, kan ik nog wel even over doorgaan…

Maar ik had het met deze jonge Syriër over journalisme en het kiezen van woorden.

Hij is een trotse Syriër. Een trotse houding op het moment hij vertelt over zijn land, zijn geboorteland. Met tranen in zijn ogen: “Syrië is zo een mooi land, zulke lieve mooie mensen, en een handje vol landgenoten met daarbij vele externe partijen die dat mooie land helemaal kapot maken. Geen moslims, geen IS, IS bestaat bijna niet meer, het zijn nu meerdere andere partijen die er voordeel bij hebben dat die oorlog blijft bestaan…”.

“Waarom?” Vraagt hij zich af. “Waarom, wordt bij de berichtgeving van de aanslag in München in de kop van de titel in kranten meteen ook genoemd dat de dader een Duits Iraniër is, waarbij dit DUITS IRANIËR zelfs in kapitaalletters staat?”

Dit hele gesprek zet mij aan het denken.

Daarbij vraag ik mij af:
Is het dan nu zo dat het huidige journalisme vooral kijkt naar het entertainment-effect? Wat is het “de grote massa” wil horen? Waar haal ik de meeste kijkers/lezers vandaan?

Is er niemand van de redactie die kijkt naar hoe kunnen we berichtgeving zo vorm geven dat we de doemdenkers geen kans geven? Dat “we” meewerken aan wereldvrede?!

Ik ben er namelijk van overtuigd dat je elk bericht kunt ombuigen naar welke kant jou het beste past! Zeker als het om titels van stukken gaat. Waar ligt de focus!
En net de mensen waar het mij om gaat, waarbij het van belang is om net die mensen van goede info te voorzien, om zo die negatieve gedachten te veranderen, mensen die enkel koppen, titels lezen en “pow-nieuws” kijken.

Entertainment-journalistiek!

Lol hebben om anderen af te zeiken, mensen willen pakken op hun zwakte ook al bedrijven ze uitermate goeie politiek voor het behoud van wereldvrede.

In het gesprek met die jonge Syriër werd mij één belangrijk aspect duidelijk, in de huidige maatschappij, waarin we vluchtig nieuws tot ons nemen, diepgang er niet meer is, enkel koppen en filmpjes van max 1 minuut kijkt, want anders is het te saai. Al deze info bepaald waarop mensen straks weer gaan stemmen, dit bepaald dat een “Mohamed” in Maastricht als student geen kamer kan krijgen, omdat op moment hij zijn naam op het intake-formulier schrijft, hem letterlijk tot drie keer toe de deur wordt gewezen, zeker als je ook nog eens uit Syrië komt!
De verhuurders niet even een gesprek aangaan en even doorvragen, interesse tonen en er dan achter komen dat dit een echte moslim is! Een man met een hart van goud! Geen vlieg kwaad kan doen, want God is met hem, geeft hem vertrouwen, geeft hem kracht. Waakt over hem.

Op mijn vraag; Denk je dat het ooit nog goed komt met Syrië? antwoordde hij; God, zal het weten, het is aan God.

Gelijk heeft hij, te bedenken dat God niet een persoon is, maar iets groters dan wij als mens. Een kracht die wel in ons allemaal zit, maar ook in die vlinder, die boom, het water, het goddelijke, wat eigenlijk met geen pen te beschrijven is, waar wij als mens vaak gewoon maar aan voorbij gaan, het mooie dat ons gegeven is: het Leven.

Het is maar hoe je het bekijkt!

Laten we hopen dat het allemaal goed komt, m’n opa zou zeggen: “Es Gott bleef!”. Toen ook was God voor ons heel gewoon.

“Wat ben ik blij dat ik vandaag hier naartoe gekomen ben!”

Een dame op leeftijd, de volgende maand is ze jarig en wordt ze negentig! Een mevrouw nog zo fit als een hoentje en geestelijk helemaal bij. Daar teken ik voor. Samen met haar zoon is ze op mijn spreekuur. De zoon is waarschijnlijk al de vijftig gepasseerd, maar nog steeds haar kleine jongen.

Deze mevrouw is ernstig slechthorend, gebruikt beiderzijds hoortoestellen en ondanks deze hulpmiddelen moet ze zich heel goed concentreren om alles goed mee te krijgen, kan wel redelijk met haar slechthorendheid omgaan, maar haar hoofdklacht is die irritante pieptoon midden in haar hoofd, ze wordt er helemaal gek van, vooral het ’s nachts. Tinnitus.

Zoals gewoonlijk begin ik mijn uitleg, peil daarbij hoe de patient de informatie oppakt en ga dan weer verder. Boven verwachting kan ze mij volgen, qua gehoor, maar ook qua begrip. Ze wordt geraakt door wat ik haar te vertellen heb, gaat letterlijk op de punt van haar stoel zitten om alles mee te krijgen. Ik praat langzamer, waardoor ik al als vanzelf duidelijker articuleer. Elk woord kan ze volgen. Haar ogen schitteren bij wat ze nu meekrijgt. Het wordt elke zin voor haar duidelijker waar het probleem vandaan komt, hoe ons complexe auditieve systeem werkt en nog belangrijker, het wordt haar ook duidelijker dat er wel iets aan te doen is. Ongelofelijk hoe snel ze de informatie oppakt.

Ze kijkt naar haar zoon en zegt: “Wat ben ik blij dat ik vandaag hier naartoe gekomen ben!”.

Een mevrouw van 90 jaar, vele jaren al aan het zoeken geweest om iets te doen aan die irritante pieptoon, iets om die vicieuze cirkel waarin ze is terechtgekomen te doorbreken. Zij het nu pas gaat inzien hoe die cirkel te doorbreken is. Dat ze zelfs nu meteen al ziet dat de kracht in haarzelf zit, wij haar daarin gaan en kunnen helpen. Ze het tot in detail al meteen begrijpt. Ze in haar eigen woorden mijn verhaal kort nog eens herhaalt en ze zo blij is, dat ik in haar 90-jarige ogen de sprankeling zie, waarschijnlijk diezelfde traantjes van geluk en blijdschap, die ik ook voel.

Met een brede lach op haar gezicht loopt ze naar buiten en gaat vol vertrouwen de vervolgafspraken tegemoet. De woorden “Wat ben ik blij dat ik vandaag hier naartoe gekomen ben!” klinken nog na in mijn oren.

Waar was jij 11 september 2001?

Als de dag van gisteren. Ik kan het me nog zo goed herinneren. Het was hier in Nederland aan het eind van de dag, daar in New York net het begin van wat een mooie zonnige dag had moeten gaan zijn.

Nu weet iedereen zich dat moment te herinneren waarop op straat bij toeval iemand een opname maakt van een brandweerman, je hoort een vliegtuig vrij laag overkomen, sowieso veel te laag voor New York, het geluid van dat laag overvliegend vliegtuig is niet normaal, je ziet dan ook iedereen naar boven kijken en dan gebeurt het. Het eerste toestel boort zich in de toren. Dat moment heeft zoveel impact, dat meteen alle nieuwszenders live verslag geven over wat er aan de hand is.

Ik ben op dat moment op de afdeling KNO MUMC+, Maastricht, volg er m’n opleiding tot klinisch fysicus – audioloog. Veel van mijn collega’s zijn er ooit geweest, voor hun werk, congresbezoek, uitwisselingsprogramma’s in klinieken, enkelen hebben zelfs bovenop die torens gestaan, herkennen in detail de skyline. Vandaar ook dat het meteen al inslaat als een bom op de afdeling. Iemand had het nieuws gehoord, meteen de TV in de vergaderkamer aangezet, het werd een soort van crisiscentrum, bijna de hele afdeling verzamelt er zich. Staan in een kring om de TV heen. Het is al later op de dag en meestal rond dit tijdstip is iedereen werkzaam aan administratief werk, dan kun je wel zaken even laten liggen. Sowieso is hetgeen wat je voor je ogen ziet gebeuren zo onwaarschijnlijk, maar zo reëel, dat de wereld even stilstaat. Ongeloof, bezorgd, getroffen, verstild kijken we naar de beelden. Niet wetende wat er nog komen gaat.

Het tweede toestel, hoe bizar, live kijkt de wereld naar een gebeurtenis die de wereld verandert, een gebeurtenis die het woord “vrijheid” pas echt een betekenis geeft. Voor 9-11 was er de vrijheid om te reizen zonder nog echt bang te zijn voor een aanslag van deze omvang. Voor 9-11 was er de vrijheid om vrij te denken, waar gewoon iedereen zichzelf kon zijn. Pas vanaf 9-11 worden we ons bewust dat vrijheid niet zo vanzelfsprekend meer is als dat het lijkt. Na 9-11 is het voor het eerst dat Amerikanen zich echt bedreigd voelen in eigen land.

11 september 2001 14:46 uur Nederlandse tijd, 8:46 uur in New York, de stad was net aan het ontwaken, letterlijk en figuurlijk, tot dan was het een stad waar alles kon. In één klap, die later blijkt uit meerdere aanslagen tegelijkertijd te bestaan, wordt die vrijheid van de aardbol geveegd. Vanaf dan is het vanzelfsprekend om een strengere controle op vliegvelden te moeten ondergaan, vanaf dan is geloof en islam bijna onafscheidelijk onterecht verbonden met dood en verderf.
Vanaf dan is er schijnbaar een vrijkaart om te vechten voor je eigen vaderland, geboorteland, met vooral de Amerikaanse vlag als mascotte.
Vanaf dan is de wereld waarin we leven, een wereld waarin bewust het vieren van vrijheid misschien net de beperking geeft om echt van vrijheid te genieten.
Een selfie op ground zero is not done, maar is het misschien net goed om zo’n plek met je vrienden te delen? Te laten zien hoe immens groot die plek is, hoe verdrietig het is om al die namen te zien, mensen die op die mooie zonnige septemberdag het leven moesten laten gaan. Sommige zelfs er bewust voor moesten kiezen er zelf een einde aan te maken of levend te verbranden. De honderden die in het diepen springen om zo minder pijn te ervaren in de laatste minuten van hun leven.

En nog steeds elke dag sterven mensen door geweld, door idiote acties van terroristen, criminelen, mannen en vrouwen die vanuit een compleet verkeerd geloof, opvoeding, ideologie “strijden” voor net die vrijheid die zijzelf volledig stuk maken. Een drang om alles te vernietigen waar ze net voor willen gaan.

Nu 15 jaar later is er nog elke dag wel een 9-11 die mensen ondergaan, maar dan op plekken op deze aardbol waar niet zo velen van ons zijn geweest, op plekken waar we niet de skyline van herkennen, op plekken die voor ons lijken aan de andere kant van de wereld te liggen, een compleet andere wereld te zijn. Maar toch is het hetzelfde, gaan er bijna elke dag levens onnodig verloren in een strijd die geen strijd is.

Daarom, zodat we nooit zullen vergeten…

Bitcoin of kunst als belegging?

De bitcoin en al die andere cryptomunten verliezen weer sterk in waarde. Een farce was het weer, erger nog dan de contemporary art bubble van de jaren 90. Beleggen in objecten, in iets om er even heel snel en makkelijk rijk mee te worden.

Nu de bitcoin dus, het virtuele goud. Het “vinden” van een nieuwe bitcoin noemen ze dan ook “minnen”, net als bij goud moet je dat vinden, maar dan virtueel.

Je zoekt iets dat in waarde (emotionele waarde) gevraagd is en schaars. Wat iedereen wil hebben, maar toch ook uniek is. Bijzonder. Niet zo maar even na te maken is. Een digitale munt? Maar weinigen die het kunnen, dat minnen, vandaar dat het schaars is.

In de media aandacht voor al die multimiljonairs die met hun bitcoins, naar het lijkt, zonder al te veel werken, de slag van hun leven slaan. Het succes is echter van korte duur, de koers heeft haar neerwaartse gang ingezet. Weg vertrouwen, weg uniek en bijzonder.

Wat is dan een alternatief om te beleggen Wat maakt uniek en bijzonder?

De natuur. Kijk in de natuur. Hoeveel verschil is daar niet te vinden? Elk individu als persoon alleen al is uniek, bijzonder, maar ook elke bijzondere plek op aarde, kan al adembenemend zijn, een bezoek aan die plek onbetaalbaar.

En dan is de brug naar kunst makkelijk gemaakt. Want kunst is ook uniek. Kan daardoor schaars zijn en daarmee waardevol.

Kunst als belegging? Dat alleen al is een kunst. Want de contemporary art bubble van de jaren negentig ligt nog vers in het geheugen.

Beleggen in kunst kan. Maar dan wel ook alleen beleggen in bruikbare kunst. Daarmee bedoel ik, kunst die jouw raakt. Die je hoe ook prachtig vindt om thuis of op je werk op te hangen. Die jij waard vindt om in bezit te hebben.

Bruikbaar dus als kunst. Kunst die past in jouw omgeving en in jouw leven. Kunst waar jij blij van wordt. Want stel dat het dan niets wordt, heb je nog altijd een kunstwerk dat jij mooi vindt, dat jou persoonlijk iets brengt. Bij cryptomunten, heb je helemaal niets, mocht de koers in elkaar vallen.

Alleen bij kunst komt er een element bij, het verhaal achter de kunst, niet de intrinsieke waarde, maar de nominale waarde van het kunstobject? Wat draagt het kunstwerk uit? Kun je je daar in vinden?
Weet je zeker dat die kunstenaar wel goede bedoelingen had?
Kun jij je in zijn/haar gedachten vinden?

Zeer actueel zijn nu de kunstbeelden van strijders van vroeger, waarbij slavernij of andere zeer negatieve aspecten aan gekoppeld zijn, dan verliest een kunstwerk meteen in waarde. Moet zelfs in een hoek verdwijnen om eerst het verhaal er bij te vertellen.

Wil je gaan beleggen in kunst, dan moet kunst ook op de lange termijn haar waarde behouden of zelfs in waarde stijgen om zo voor profijt te zorgen, in een vorm van beleggen dus.

En dan komt iets dat heb ik me tot nog toe niet gerealiseerd, maar datgene wat in de beleggingswereld essentieel is; vertrouwen!

Vertrouwen dat het altijd goed komt en het er altijd zal zijn, ook al is het schaars en uniek.
Die combi, dat is een kunst om die te vinden, maar net dat, dat maakt Kunst!

“The most beautiful thing we can experience is the mysterious. It is the source of all true art and science.” -Albert Einstein

Als natuurkundige mijn grootse voorbeeld, relativiteitstheorie is een geniale vondst voor de mensheid, ook dat is kunst. Sowieso was Einstein een genie in alles wat ons mens mens maakt. Het kunnen beschrijven in formules van alles wat we zien en gebeurt om ons heen. De krachten in het heelal, tijd en massa. Maar Einstein had ook zicht op wat er met ons mensen gebeurt, samenleving, rassen en standen.

Beleggen. Voor mij persoonlijk is de definitie van beleggen; Nu iets doen of maken om er later beter van te worden. Beleggen voor mij is dus niet, meer geld genereren, maar een verrijking van jezelf. Je eigen spirit.

Spiritualiteit heeft te maken met een persoonlijke innerlijke ervaring. Onverklaarbare krachten. Iets wat wij niet kunnen verklaren met natuurkundige wetten en wiskundige formules. Spiritualiteit hoeft in deze niet zweverig te zijn, spiritueel kan ook al zijn het ontstaan van iets in de natuur, een boom die groeit, een prachtige vlinder die zich uit een rups ontpopt, wolkpartijen in de lucht, de golven en het spel met het zand aan zee, we kunnen het wel al beschrijven hoe het ontstaat, maar je kunt het niet zo maar even 1 2 3 namaken, daarvoor is het te complex. In deze tijd zijn we het allemaal zo vanzelfsprekend gaan vinden, al dat moois om ons heen. Spiritualiteit heeft een nare bijsmaak gekregen. Spiritualiteit en geloof, te vaak is er jammergenoeg slecht over gesproken. Enkel naar negatieve effecten gekeken. Terwijl spiritualiteit en geloof gewoon bij de mens horen. Zonder spiritualiteit of geloof zijn we dieren.

Spiritualiteit is om ons heen, elke dag. Het ontstaan van mooie dingen. Sneeuw die uit de hemel valt en alles wit maakt. Regen in de zomer alles groener maakt. Maar ook in ons eigen leven. Voor mij persoonlijk gebeurt dit spiritueel proces bij het maken van mijn eigen kunstwerken. Daarin ontstaat er ook altijd iets bijzonders, een proces waaraan ik wel deelneem, maar absoluut niet de leiding in heb. Ik laat het gewoon gebeuren, ik laat het ontstaan. Ik kijk toe. BiJ het maken al ben ik de toeschouwer. Net als in de natuur zelf ontstaat er iets moois. Dat is spiritueel als je het zo bekijkt.

Maar ik zie het kunstwerk dat hier dan door ontstaat voor mezelf vooral ook als een soort belegging; op doek iets vastleggen om er later terug naar te kijken en er een goed gevoel bij te krijgen. Meer in de vorm van waardering voor het ontstane. En bij alle doeken zie ik steeds weer iets nieuws, waardoor ze voor mij elke keer weer meer waarde krijgen, als in een emotie, qua gevoel, als ook in het werk op zich, de bijzondere structuren die door het proces ontstaan zijn. En ja, als ik die waarde dan uiteindelijk in iets moet uitdrukken om dat aan een ander door te geven, daarvoor hebben we ooit geld bedacht. Nu denk ik dat het woord beleggen in deze tijd naar enkel beleggen in geld gegroeid is. Zelfs met de bitcoin en al die ander munten tot enkel een getalletje opnieuw mobiel. Met dan de vraag; hoe haal ik er zoveel mogelijk rendement uit, in geld! Waarbij ik dus van mening ben dat als dat het doel is, enkel meer geld te verkrijgen, je met heel veel zaken net de plank helemaal mis slaat.

Kunst daarentegen kan een uitkomst zijn. De waarde die je aan een kunstwerk geeft is in eerste instantie vanuit je hart, een emotie, een gevoel, om dat dan uiteindelijk in iets uit te drukken hebben we geld bedacht, maar ja, sommige dingen blijven onbetaalbaar! Dan is die nominale waarde, het spirituele element, zo groot, dat is bijna niet in geld uit te drukken. En dat noemen we meestal; een wonder! Wonderbaarlijk. En dat is zeer uniek. Schaars en bijzonder.

Degene die goed kijkt, ziet pas echt hoe mooi het is!

Want die waarde, die is niet het geld, maar de emotionele spirituele waarde! En die, die maak je zelf. Zij die pas een kunstwerk gaan waarderen op het moment er een prijskaartje van twee miljoen bij hangt, zij kijken niet naar wat het nu echt voor hun waard is. Maar kijken enkel naar “het geld”.

Ben je zelf niet creatief en wil je beleggen in kunst, dan is het dus kunst een kunstenaar te vinden waar je vrijwel zeker van bent dat die succesvol gaat zijn, nog voor jou betaalbare kunst maakt, maar waarvan je vrijwel zeker weet dat die kunst in de loop van de tijd schaars gaat zijn.

Professionele galerijen kunnen daar advies in geven. Zij hebben een neus voor de waarde die kunst in de toekomst zal ontwikkelen.

Kunst als belegging is een kunst op zich.

De grote beer en de kleine prinses

Hoofdstuk 1: De ontmoeting.

Er was eens een hele grote mollige beer, zo groot als hij was zo verlegen was die ook. Hij was niet mensenschuw, integendeel hij hield zielsveel van mensen, maar zo gauw hij een leuk gesprek zou kunnen beginnen, was hij te verlegen om te praten, dan was hij volledig afgeleid van het gesprek en meer bezig met alles wat er in hem gebeurde.

Het liefste was hij op reis, de wereld zien, mensen bekijken. En zo was hij op een dag op weg naar weer een leuke plek op de aarde. Omdat hij alleen was ging hij op de bonnefooi. Had hem tot nog toe nooit problemen gegeven, een leuk plekje was er altijd wel te vinden geweest voor hem. Zo was hij ook nu weer op pad en geheel in de veronderstelling een slaapplek voor die nacht te vinden. De hele dag was hij onderweg geweest en nu zocht hij een plek om te overnachten. Het regende, het was koud en al vroeg donker. Het eerste beste hotel waar hij langskwam ging hij naar binnen om te vragen of er nog een kamer vrij was.

In de verte had hij het verlichte hotel daar boven op die heuvel al gezien. Een leuk kasteelachtig hotelletje, met van die rood met wit gekruiste luikjes buiten aan de ramen. De verlichte letters HOTEL waren in de verte duidelijk zichtbaar geweest.

Kletsnat stond hij in de lobby. “Ping”, het belletje klonk door de gangen en niet lang daarna een deur achter de balie opende zich. Een heer in kostuum kwam naar voren en verwelkomde de beer heel vriendelijk. “Goede avond, wat een weertje brengt u mee. Wat kan ik voor u betekenen?”.Het was eigenlijk wel duidelijk wat de beer zou willen, maar toch vroeg hij er nog eens om: “Hebt u misschien nog een kamer vrij?”.

De heer in kostuum leek wel op een figuur uit de stripverhalen van Olivier Bommel en Tom Poes. Hij keek de beer een beetje triest aan en zei: ” Weet u, het zijn nu net de weken voor Kerst, de kerstmarkten in de grotten zijn aan de gang, dat trekt duizenden toeristen naar de mergelstad, die willen allemaal overnachten in deze idyllische omgeving, zeker in dit hotel, ook al ligt het wat afgelegen, ze vinden het toch, dus het spijt me maar we zitten helemaal vol. Waarschijnlijk alle hotels hier in de buurt.”

De beer had dit nog nooit meegemaakt, wist ook even niet wat hij moest zeggen of wat hij nu verder zou gaan doen, hij kreeg er ook nog niet de gelegenheid voor om lang hierover na te denken, een lieve stem vanuit het niets klonk in de gang bij de lobby. De kleine prinses had de beer al zien aankomen lopen, net op dat moment was ze naar buiten aan het kijken geweest naar de regen en het onweer, ze had al zo’n medelijden met hem gehad, de regen, de kou en donker was het al vroeg buiten, maar de grote beer viel wel op toen hij de oprit op liep naar het hotel, ze was zo nieuwsgierig geworden naar wat de beer er toe bracht om zo alleen en rond deze tijd nog op pad te zijn, ze kon zich niet bedwingen om stiekum naar beneden te gaan en net te doen alsof ze toeristische informatie ging zoeken in het rek aan de wand, in het hoekje bij de receptie. De beer had haar nog niet gezien, zo sneaky was ze er bij komen staan. De trieste blik van de beer had haar zo te pakken gehad, dat ze als vanzelf meteen de reactie gaf; “Als u wilt mag u bij mij op de kamer slapen”. De kleine prinses was die dag net aangekomen in het hotel. Sinds kort was ze weer vrijgezel. Het wilde maar niet lukken om de echte prins in haar leven te vinden. Steeds weer viel ze op de verkeerde mannen. Maar dat gebeurde vaak genoeg als vanzelf, de kleine prinses was zo mooi dat de meeste mannen niet de moed hadden om op haar af te stappen, of zo getroffen waren door haar schoonheid, waardoor het uitbrengen van enig zinnig woord onmogelijk was. Zeker de liefdevolle, gevoelige mannen, die niet enkel oog hadden voor haar schoonheid van buiten, maar ook het mooie van haar als mens konden zien, haar persoonlijkheid, die net zo verblindend was als haar uiterlijk. Vandaar dat enkel die mannen met een grote mond of een enorm ego op haar af durfde te stappen. Uiteraard is het leuk om aandacht te krijgen en aangesproken te worden, zeker als dame, want een vrouw gaat niet op een man af, daar wordt nog steeds zo over gedacht.

Gelukkig had ze deze keer haar hart gevolgd en voor dat zij er nog over kon nadenken had ze het al gevraagd. De woorden weerklonken nog na in de beer zijn gedachte; “Als u wilt mag u bij mij op de kamer slapen”.

De beer had naar alle waarschijnlijkheid zeer verbaasd gekeken, want meteen begon de prinses haar voorstel uit te leggen. Dat zij toch zo klein was en er een gigantisch dubbel bed op haar kamer was en zij toch altijd als een roosje slaapt en de kamer groot genoeg was voor wel vier grote beren, dat ze ervan overtuigd was dat er in het stadje en daaromheen nergens nog een plek vrij was, het al laat was, donker en nat, koud, dat ze zeker wist dat de beer een zeer vriendelijke beer was en zij geen enkel bezwaar zag dat hij bij haar op de kamer er bij kon logeren.

En zo geschiede, de beer liep achter haar aan, nadat hij was ingecheckt op haar kamer. Zijn hart had een sprongetje gemaakt, het moment hij zich had omgedraaid en de prinses had zien staan. Vol verwondering van haar verschijning. “Is goed” waren de enige woorden die hij had kunnen zeggen. Verbaasd, geheel onderste boven, uit het veld geslagen, liet hij zich meevoeren in de flow waar hij nu in terecht was gekomen. Samen gaan ze de kamer binnen, het is al laat en de beer heeft al een hele dag van reizen achter de rug. Een heerlijke douche zou nu fijn zijn, alsof de prinses zijn gedachte kon lezen vroeg ze of hij nog even wilde douchen, er waren genoeg handdoeken en douche gel en shampoo was ook allemaal aanwezig. Zonder twijfels ging hij meteen onder de douche, een regendouche, heerlijk, zo verfrissend, fijn, nog steeds ook verwonderd over waar hij nu was en met wie, de kleine prinses.

Helemaal fris en opgewekt kwam Beer uit de badkamer. De kleine prinses had al een kopje thee gemaakt en lag zelfs al in bed, ze zat rechtop, haar kopje thee aan haar hand, ze wees op het kopje thee aan de kant waar de beer zou gaan liggen, “Ik heb je een lekker kopje thee gemaakt, na die lange reis en die kou zal dat je wel goed doen”.

Beer kruipt in bed en gaat net als prinses tegen de achterwand aanzitten om nog even met een kop thee gezellig te kletsen. Buiten regent het nog steeds en waait het enorm, koud en donker, binnen schijnt het zonnetje zo lijkt wel.

Heerlijk is de thee, verse munt thee, precies zoals het hoort, thee met echte munt, een zakje thee, met daarbij nog verse munt, niet zoals meestal gebruikelijk is enkel muntblaadjes en geen thee, maar dat weten de meeste horeca gelegenheden niet, maar de prinses heeft roots vanuit Marokko, want daar is het gebruikelijk om munt bij de thee te hebben, met heerlijke honing er bij. De beer geniet intens van het lekkere warme drankje. “Dank je wel, dit doet echt goed, heerlijk!” Met een brede glimlach laat de prinses zien dat ze het heel fijn vond om te bemerken dat de beer het kan waarderen wat ze voor hem gemaakt had. Wie had dat nu een uur geleden gedacht, dat ze nu met een lieve leuke beer op haar kamer lag. Ze moest er ook een beetje om lachen bij die gedachte. De beer zag dat lachje van haar en vroeg haar dan ook “Waar denk je aan?”. Nu pas merkte de prinses zelf op dat ze bijna hardop aan het denken was geweest. “Het is toch wel grappig, dat een uur geleden ik nog helemaal alleen hier op deze kamer lag en nu een lieve leuke grote beer hier naast me ligt.” Ook nu moest de beer lachen, hij realiseerde het zich nu ook pas echt in welke bizarre situatie ze terecht waren gekomen. “Weet je, dit is voor mij de eerste keer dat ik met een echte prinses in bed lig, en dan ook nog zo’n mooie prinses.” De kleine prinses werd er helemaal verlegen van, ze wist wel dat ze mooi was, dat had ze ook al vaker gehoord, maar nu in deze situatie was het toch anders, nu deed het haar wat, de woorden raakte haar hart, ze vond het heerlijk, het gaf haar net zo’n warm gevoel als de thee met honing.

De beer vertelde nog uitgebreid over zijn reis en zijn passie voor reizen, de prinses waar ze vandaan kwam en wat ze in het mergelstadje nog allemaal wilde gaan zien. Langzaam werd het later en beide waren moe. “Zullen we gaan slapen”, had de beer toch op een gegeven moment gezegd. Waarop kort daarna beide in een diepe slaap waren. Eerst nog naast elkaar, kort daarna had de kleine prinses zich omgedraaid en spontaan haar arm om het middel van de beer gelegd. Hij had het heel kort maar bemerkt, half slaperig, voor hem was het alsof hij in een droom was, vandaar dat hij weer snel in slaap viel. De werkelijkheid was nu nog mooier dan de mooiste droom die hij ooit had gehad. Slaapdronken als hij was, viel hij als een blok in slaap. Heerlijk.

Wordt vervolgd.