Stagaire, stagiaire, wat maakt het uit?!

Voor sommige heel veel, zo schijnt. Zit namelijk in een volle vergadering, helemaal achter in de zaal, agenda en notulen op A4 op mijn schoot liggend en heb net voor mezelf een aantekening gemaakt. Voor mezelf! Om straks bij de rondvraag nog even te denken aan de vraag vanuit de kernstaf om bij nieuwe stagiaires en mensen in opleiding dit via het kenniscentrum te laten plaatsvinden. Maar die vraag die doet er verder allemaal niet meer toe. Want kort nadat ik het woord “stagaire” geschreven heb en ik mijn leesbril weer afzet. Zie en voel ik de collega die links naast me zit, op mijn knie, want daar heb ik mijn aantekeningen liggen, met pen nog iets schrijven. Ik had wel al licht het gevoel gehad toen ik het woord stagaire schreef, hier klopt iets niet. Maar ja, ik dacht, laat maar gaan, belangrijk om me nu op de vergadering te concentreren, ga maar niet heel goed nog moeten nadenken zoals ik dat anders als ik notulen schrijf of hier dit blog, schrijvend on plain public wel doe. Nog eens het woord in mijn hoofd heel goed analyseren of zoals hier nu bij de woorden on plain public, ik even nog Google er op nacheck. Dyon, het is nakijk of check, niet nacheck, dat is een pleonasme, hoor ik nu een paar seconde later in mijn hoofd.

Ze zitten er zelfs gewoon in, in mijn hoofd, mensen die het schijnbaar nodig vinden om aantekeningen van een ander, zich vol mee te bemoeien. Anno 2020. Waarin we in een tijdperk leven dat, één, het toch al duidelijk moet zijn, dat er mensen zijn die wat meer moeite hebben met lezen en schrijven. Dyslectie of laaggeletterdheid hebben. Mensen die er helemaal niets aan kunnen doen. Zich in allerlei bochten wringen om maar te voorkomen dat anderen, als een juf uit de eerste klas, corrigerend optreden. Hoe erg is dat.

Twee, taal en vooral het geschreven woord er bijna niet meer toe doet. Sterker nog, het net nu een kunst is om compleet nieuwe woorden of woordvormen te creëren.

Ik schrijf op gevoel. Denk er niet over na en schrijf zoals ik denk dat het zou moeten zijn. Op gevoel zou ik namelijk zeggen stagaire, sta-sjére, als in “sta” plus air. Air zoals die van Bach. Plus die e op het laatst, die wist ik wel dat die er nog moest zijn. Maar mijn gevoel zei anders. In de basis is mijn gevoel goed. Voor de regels niet.

En velen storen zich schijnbaar aan het feit hoe ik dan die woorden schrijf. In vergaderingen word ik gecorrigeerd. Zelfs hier dus als ik aantekeningen voor mezelf maak. Nu mag dat wellicht “behulpzaam” bedoeld zijn. Maar van binnen ben ik geraakt. Gekwetst zelfs in mijn zijn. Wat voor mij heel normaal is om te schrijven, is voor een ander schijnbaar zo sterk “niet goed”, om mij dan te willen en moeten verbeteren. Te corrigeren als die juf in de eerste klas lagere school, dat in mijn geheugen, qua gevoel, gegrift staat.

Ik werk op het audiologisch centrum, mensen met dyslectie worden bij ons gezien en geholpen. Notabene in de hal als je binnenkomt, hangt er een poster, een wetenschappelijk onderzoek over het feit dat er mensen zoals ik, elke dag meer energie kwijt zijn, omdat woorden die zo vanzelfsprekend lijken, toch anders geschreven moeten worden. Dyslectisch, Ik heb het vermoeden dat ik licht dyslectisch ben, maar heb trucjes ontwikkeld om er beter mee om te gaan. Heb me er zelfs bij neergelegd moeite met schrijven te hebben. Ik kan er zo niks aan doen. Ik schrijf namelijk op gevoel. Net zoals ik bijna alles op “vanuit-mijn-gevoel” doe. Zonder veel te moeten nadenken gewoon doen. Maken. Creëren.

Want het heeft ook zo veel voordelen om “dyslectisch” te zijn. Ik bekijk alles veel meer holistisch , minder in de details. Kijk naar het hele plaatje. In mijn werk en in mijn kunst.

“Vaak hebben dyslextici een talent dat niet met taal te maken heeft; goede bedenkers, kunnen heel goed logisch denken, zijn zeer praktisch ingesteld, creatieve denkers en kunnen heel goed met hun handen werken.” Bron.

Dus mocht je je herkennen. Laat het los dat er altijd mensen zullen zijn die je corrigeren op weer een d of t fout. Of een “i” er bij moeten zetten bij het woord stagiaire. Focus op dat wat dit talent je geeft, al dat wat het leven beter maakt. Gevoel, creativiteit, overzicht. Het groter geheel zien. En weet dat anno 2020 het er echt niet meer toe doet hoe teksten geschreven zijn, maar dat datgene wat je te vertellen hebt er meer toe doet om verder te gaan.

En word je terechtgewezen, leer er vooral van. Zie het als hulp die iemand zou willen geven als je een gebroken been hebt en iemand de deur voor je open maakt.

Mocht je je herkennen en tips hebben…ik HOOR ze graag! 🙂