Een goede morgen!

Hoofdstuk twee: Een goede morgen!

Langzaam was de beer wakker geworden. Nog nooit had hij zo’n fijne droom gehad. Hij herinnerde zich daarom nog elk detail, hij kon het ook verklaren die mooie droom. Dat boek van Suske en Wiske, De Jollige Joffer, had hem de gedachte aan dat hotel gebracht, precies zoals in het stripverhaal te zien was, de rood met witte luikjes, zo boven op die heuvel dicht bij de mergelstad. Dan de boeken met de verhalen van Olivier Bommel en Tom Poes waar Beer als kleine beer vroeger uren in gelezen had. Daar had hij de man achter de balie in herkent. Precies zoals in de kleurprenten in het boek. En ook de meubels in de hotelkamer kwamen stuk voor stuk uit die verhalen. Dat alles had zijn droom met de kleine prinses gevormd. Zo ook de stoel waar hij nu vanuit het bed naar keek, de gordijnen tot op de grond met die leuke patroontjes erin. Hij keek de kamer rond, zag nu ook de lege kop thee staan. En nu pas ook bemerkte hij de arm die om hem heen lag. Langzaam ontwaakte hij uit de droom dat hij het enkel gedroomd had. De arm was echt, de hand bewoog. Vingers strelend zijn mollige buikje. Nu pas hoort hij ook de zachte ademhaling achter zijn rug, voelt hij tegen zijn rug steeds opnieuw die lichte warme luchtstroom, die lichtjes kietelt, maar o zo fijn is. Even blijven liggen, niet bewegen, anders is alles zo voorbij.

De kleine prinses was al vroeg wakker geweest, ze had nog nooit zo diep en heerlijk geslapen. Het zachte brommend snurken van de beer had haar heel veel rust gegeven. Heerlijk warme voeten had ze nu een keer gehad, anders waren ze altijd ijskoud, maar nu had ze haar voetjes stiekem gewarmd aan de beer. Die had daar niets van gemerkt, hij was helemaal weg geweest in zijn slaap. Hij had zelfs heel zachtjes “mmmmmheerlijk” gemompeld. Vroeg was ze wakker geworden en zich bewust geworden van iets dat tot dan voor haar niet zichtbaar was geweest. Hoe fijn het is om lief te hebben. Om bij iemand te zijn die gewoon lief is. Een grote knuffelbeer lag daar naast haar in bed. Een echte ook nog wel. Zo fijn om op deze manier de dag te beginnen. Genietend van elkaar. Niet bewegen dacht ze, anders is alles zo voorbij.

“Goede morgen”, sprak de beer toch op een gegeven moment toen hij bemerkt had dat de prinses al wakker was. Hij draaide zich om, daar lag ze echt naast hem, met die donkerbruine, bijna zwarte ogen, dat lang krullend zwart haar, die stralende glimlach, die sprankeling van leven in haar ogen. “Goede morgen Beertje, goed geslapen?”.
Goed geslapen? Hoe kon de beer haar gaan uitleggen dat dit de tot nog toe beste nacht was die hij ooit beleefd had, hoe kon hij haar vertellen over zijn gedachte dat hij gedroomd had dat hij droomde, maar in werkelijkheid de droom nu dit moment was welk hij samen met haar beleefde. Welke woorden moest hij gebruiken om dat mooie te beschrijven en het goed over te brengen? Maar woorden waren niet nodig, zijn ogen zeiden de kleine prinses al genoeg. Het was alsof ze konden spreken met elkaar zonder woorden.

“Wat zijn jouw plannen voor vandaag?” Vroeg de prinses.
De beer had daar nog helemaal niet over nagedacht, het liefst wilde hij dit moment voor eeuwig vasthouden, voor hem was dit het ultieme geluk. Wat wil een beer nog meer met dit weer, buiten koud en regenachtig, donker, de winter al een beetje in de lucht, een beer wil dan maar eigenlijk één ding; heerlijk lekker in bed blijven liggen.

“You can sleep when you are dead”, alsof ze zijn gedachte had gelezen. “Dat zegt een Amerikaanse vriendin van mij altijd. Genieten van je dag, carpe diem, pluk de dag. Ik weet het is moeilijk om op te staan, maar als je dan eenmaal wakker bent en er op uit gaat, dan denk je “Dit moet ik gewoon vaker doen”. Ik heb vandaag de kerstmarkt op m’n programma staan. Een kerstmarkt in de mergelgrotten. Het is er warm, droog en het schijnt een hele gezellige sfeer te zijn, met heel veel lampjes, muziek en lekker eten en drinken. Kom gewoon met mij mee!” En op dat moment kietelde de prinses beer in z’n buikje, haar glimlach, haar ogen, haar stem, haar krullend haar, alles maakte de beer heel blij en ja! hij had er zin in om met haar mee te gaan. “Is goed”, had de beer gezegd, “You can sleep when you are dead” herhaalde hij in gedachte nog een keer.

Prinses sprong op uit bed “Leuk! De kerstmarkt! IK ga als eerste douchen!”.

Beer blijft nog even liggen, hij zit met zijn gedachte nog een beetje in dromenland, kan het nog steeds niet geloven, hoe zijn leven er opeens heel anders uit ziet, de kleine prinses waar hij wel al eens vaker over gedroomd had, nu werkelijkheid?
Beer draaide zich om, lekker nog even z’n hoofd op dat heerlijke dikke kussen. Buiten was de wind gaan liggen, de zon was ondertussen zelfs langzaam te voorschijn gekomen, een hele mooie herfstdag zou het gaan worden, de kleuren van de bladeren in de bomen kon hij vanuit zijn bed bewonderen, zo op die heuvel was er een prachtig uitzicht over het Limburgse landschap. Net een schilderij. Een schilderij van de natuur, zo mooi hoe alle kleuren in elkaar overvloeien en nu met die ochtendzon dat rood, goudbruin een kunstwerk op zich was. Beer had daar grote bewondering voor, de kunst van de natuur, daar kon hij uren van genieten. Daarom was het ook zo voorbij de tijd waarin de prinses gedoucht had en zich helemaal aangekleed. Toen ze uit de badkamer kwam had beer haar vol verwondering aangekeken, als in slowmotion elk detail van haar bekeken, het haar zo mooi opgestoken, heel natuurlijk, nonchalante, maar toch chique, de ogen zo mooi donker en toch sprankelend en open, haar mooie lippen, haar jurkje, alles klopte met haar persoonlijkheid, sprankelend, levend, happy, beer werd helemaal blij, alleen al door naar haar te kijken. Zin had hij nu ook om er samen op uit te gaan, vandaar dat ook beer snel klaar was met douchen en opstaan en ze samen deze mooie zonnige dag tegemoet gingen.

Wordt vervolgd.