De grote beer en de kleine prinses

Hoofdstuk 1: De ontmoeting.

Er was eens een hele grote mollige beer, zo groot als hij was zo verlegen was die ook. Hij was niet mensenschuw, integendeel hij hield zielsveel van mensen, maar zo gauw hij een leuk gesprek zou kunnen beginnen, was hij te verlegen om te praten, dan was hij volledig afgeleid van het gesprek en meer bezig met alles wat er in hem gebeurde.

Het liefste was hij op reis, de wereld zien, mensen bekijken. En zo was hij op een dag op weg naar weer een leuke plek op de aarde. Omdat hij alleen was ging hij op de bonnefooi. Had hem tot nog toe nooit problemen gegeven, een leuk plekje was er altijd wel te vinden geweest voor hem. Zo was hij ook nu weer op pad en geheel in de veronderstelling een slaapplek voor die nacht te vinden. De hele dag was hij onderweg geweest en nu zocht hij een plek om te overnachten. Het regende, het was koud en al vroeg donker. Het eerste beste hotel waar hij langskwam ging hij naar binnen om te vragen of er nog een kamer vrij was.

In de verte had hij het verlichte hotel daar boven op die heuvel al gezien. Een leuk kasteelachtig hotelletje, met van die rood met wit gekruiste luikjes buiten aan de ramen. De verlichte letters HOTEL waren in de verte duidelijk zichtbaar geweest.

Kletsnat stond hij in de lobby. “Ping”, het belletje klonk door de gangen en niet lang daarna een deur achter de balie opende zich. Een heer in kostuum kwam naar voren en verwelkomde de beer heel vriendelijk. “Goede avond, wat een weertje brengt u mee. Wat kan ik voor u betekenen?”.Het was eigenlijk wel duidelijk wat de beer zou willen, maar toch vroeg hij er nog eens om: “Hebt u misschien nog een kamer vrij?”.

De heer in kostuum leek wel op een figuur uit de stripverhalen van Olivier Bommel en Tom Poes. Hij keek de beer een beetje triest aan en zei: ” Weet u, het zijn nu net de weken voor Kerst, de kerstmarkten in de grotten zijn aan de gang, dat trekt duizenden toeristen naar de mergelstad, die willen allemaal overnachten in deze idyllische omgeving, zeker in dit hotel, ook al ligt het wat afgelegen, ze vinden het toch, dus het spijt me maar we zitten helemaal vol. Waarschijnlijk alle hotels hier in de buurt.”

De beer had dit nog nooit meegemaakt, wist ook even niet wat hij moest zeggen of wat hij nu verder zou gaan doen, hij kreeg er ook nog niet de gelegenheid voor om lang hierover na te denken, een lieve stem vanuit het niets klonk in de gang bij de lobby. De kleine prinses had de beer al zien aankomen lopen, net op dat moment was ze naar buiten aan het kijken geweest naar de regen en het onweer, ze had al zo’n medelijden met hem gehad, de regen, de kou en donker was het al vroeg buiten, maar de grote beer viel wel op toen hij de oprit op liep naar het hotel, ze was zo nieuwsgierig geworden naar wat de beer er toe bracht om zo alleen en rond deze tijd nog op pad te zijn, ze kon zich niet bedwingen om stiekum naar beneden te gaan en net te doen alsof ze toeristische informatie ging zoeken in het rek aan de wand, in het hoekje bij de receptie. De beer had haar nog niet gezien, zo sneaky was ze er bij komen staan. De trieste blik van de beer had haar zo te pakken gehad, dat ze als vanzelf meteen de reactie gaf; “Als u wilt mag u bij mij op de kamer slapen”. De kleine prinses was die dag net aangekomen in het hotel. Sinds kort was ze weer vrijgezel. Het wilde maar niet lukken om de echte prins in haar leven te vinden. Steeds weer viel ze op de verkeerde mannen. Maar dat gebeurde vaak genoeg als vanzelf, de kleine prinses was zo mooi dat de meeste mannen niet de moed hadden om op haar af te stappen, of zo getroffen waren door haar schoonheid, waardoor het uitbrengen van enig zinnig woord onmogelijk was. Zeker de liefdevolle, gevoelige mannen, die niet enkel oog hadden voor haar schoonheid van buiten, maar ook het mooie van haar als mens konden zien, haar persoonlijkheid, die net zo verblindend was als haar uiterlijk. Vandaar dat enkel die mannen met een grote mond of een enorm ego op haar af durfde te stappen. Uiteraard is het leuk om aandacht te krijgen en aangesproken te worden, zeker als dame, want een vrouw gaat niet op een man af, daar wordt nog steeds zo over gedacht.

Gelukkig had ze deze keer haar hart gevolgd en voor dat zij er nog over kon nadenken had ze het al gevraagd. De woorden weerklonken nog na in de beer zijn gedachte; “Als u wilt mag u bij mij op de kamer slapen”.

De beer had naar alle waarschijnlijkheid zeer verbaasd gekeken, want meteen begon de prinses haar voorstel uit te leggen. Dat zij toch zo klein was en er een gigantisch dubbel bed op haar kamer was en zij toch altijd als een roosje slaapt en de kamer groot genoeg was voor wel vier grote beren, dat ze ervan overtuigd was dat er in het stadje en daaromheen nergens nog een plek vrij was, het al laat was, donker en nat, koud, dat ze zeker wist dat de beer een zeer vriendelijke beer was en zij geen enkel bezwaar zag dat hij bij haar op de kamer er bij kon logeren.

En zo geschiede, de beer liep achter haar aan, nadat hij was ingecheckt op haar kamer. Zijn hart had een sprongetje gemaakt, het moment hij zich had omgedraaid en de prinses had zien staan. Vol verwondering van haar verschijning. “Is goed” waren de enige woorden die hij had kunnen zeggen. Verbaasd, geheel onderste boven, uit het veld geslagen, liet hij zich meevoeren in de flow waar hij nu in terecht was gekomen. Samen gaan ze de kamer binnen, het is al laat en de beer heeft al een hele dag van reizen achter de rug. Een heerlijke douche zou nu fijn zijn, alsof de prinses zijn gedachte kon lezen vroeg ze of hij nog even wilde douchen, er waren genoeg handdoeken en douche gel en shampoo was ook allemaal aanwezig. Zonder twijfels ging hij meteen onder de douche, een regendouche, heerlijk, zo verfrissend, fijn, nog steeds ook verwonderd over waar hij nu was en met wie, de kleine prinses.

Helemaal fris en opgewekt kwam Beer uit de badkamer. De kleine prinses had al een kopje thee gemaakt en lag zelfs al in bed, ze zat rechtop, haar kopje thee aan haar hand, ze wees op het kopje thee aan de kant waar de beer zou gaan liggen, “Ik heb je een lekker kopje thee gemaakt, na die lange reis en die kou zal dat je wel goed doen”.

Beer kruipt in bed en gaat net als prinses tegen de achterwand aanzitten om nog even met een kop thee gezellig te kletsen. Buiten regent het nog steeds en waait het enorm, koud en donker, binnen schijnt het zonnetje zo lijkt wel.

Heerlijk is de thee, verse munt thee, precies zoals het hoort, thee met echte munt, een zakje thee, met daarbij nog verse munt, niet zoals meestal gebruikelijk is enkel muntblaadjes en geen thee, maar dat weten de meeste horeca gelegenheden niet, maar de prinses heeft roots vanuit Marokko, want daar is het gebruikelijk om munt bij de thee te hebben, met heerlijke honing er bij. De beer geniet intens van het lekkere warme drankje. “Dank je wel, dit doet echt goed, heerlijk!” Met een brede glimlach laat de prinses zien dat ze het heel fijn vond om te bemerken dat de beer het kan waarderen wat ze voor hem gemaakt had. Wie had dat nu een uur geleden gedacht, dat ze nu met een lieve leuke beer op haar kamer lag. Ze moest er ook een beetje om lachen bij die gedachte. De beer zag dat lachje van haar en vroeg haar dan ook “Waar denk je aan?”. Nu pas merkte de prinses zelf op dat ze bijna hardop aan het denken was geweest. “Het is toch wel grappig, dat een uur geleden ik nog helemaal alleen hier op deze kamer lag en nu een lieve leuke grote beer hier naast me ligt.” Ook nu moest de beer lachen, hij realiseerde het zich nu ook pas echt in welke bizarre situatie ze terecht waren gekomen. “Weet je, dit is voor mij de eerste keer dat ik met een echte prinses in bed lig, en dan ook nog zo’n mooie prinses.” De kleine prinses werd er helemaal verlegen van, ze wist wel dat ze mooi was, dat had ze ook al vaker gehoord, maar nu in deze situatie was het toch anders, nu deed het haar wat, de woorden raakte haar hart, ze vond het heerlijk, het gaf haar net zo’n warm gevoel als de thee met honing.

De beer vertelde nog uitgebreid over zijn reis en zijn passie voor reizen, de prinses waar ze vandaan kwam en wat ze in het mergelstadje nog allemaal wilde gaan zien. Langzaam werd het later en beide waren moe. “Zullen we gaan slapen”, had de beer toch op een gegeven moment gezegd. Waarop kort daarna beide in een diepe slaap waren. Eerst nog naast elkaar, kort daarna had de kleine prinses zich omgedraaid en spontaan haar arm om het middel van de beer gelegd. Hij had het heel kort maar bemerkt, half slaperig, voor hem was het alsof hij in een droom was, vandaar dat hij weer snel in slaap viel. De werkelijkheid was nu nog mooier dan de mooiste droom die hij ooit had gehad. Slaapdronken als hij was, viel hij als een blok in slaap. Heerlijk.

Wordt vervolgd.